Boodschappen

Boodschappen

20 februari 2014 door Anouk
Deel deze pagina

Na een lange dag in de Universiteitsbibliotheek ren ik om zes uur de Albert Heijn in, op zoek naar een degelijke maaltijd voor een zo laag mogelijke prijs. Bij binnenkomst gaan mijn alarmbellen al rinkelen. Alle andere studenten in Groningen lijken namelijk exact hetzelfde gedacht te hebben, op exact hetzelfde moment. Mijn rommelende maag legt zich erbij neer dat de maaltijd nog even zal worden uitgesteld, maar onder luid protest. Het zou fijn zijn als mijn maag niet hetzelfde geluid zou maken als een bronstige walvis, maar gelukkig wordt het geluid verstomd door het lawaai van de hordes studenten in de supermarkt.

De file voor de kassa belooft maar weinig goeds en bovendien heb ik nog een ander probleem. Ik heb de Albert Heijn weliswaar bereikt, maar ik heb nog niet bedacht wat ik ga eten. Met een hele diepe zucht en nog een walviskreet vanuit mijn maag begeef ik me naar de klappoortjes.

Boodschappen doen is een verheven kunst. Op dit soort momenten denk ik dan ook met enig sentiment terug aan de periode dat ik nog op de middelbare school zat en ‘thuisthuis’ (zoals studenten aan het ouderlijk huis refereren) woonde. Ouders lijken namelijk wel bijzonder gedreven te zijn in het vooraf plannen van de boodschappen en maaltijden, in tegenstelling tot de gemiddelde student. Waar ik soms drie keer per dag in een supermarkt sta, hebben mijn ouders het talent om dit aantal terug te brengen tot één of twee keer per week en dat zelfs voor een heel gezin!  

Wanneer ik het winkelende publiek van de Albert Heijn in me opneem realiseer ik me dat ik niet de enige ben die de boodschappen nog niet kan inplannen. Hoewel iedereen inmiddels redelijk in staat is om voor zichzelf te zorgen, vraagt het doen van de boodschappen om duidelijk meer bedrevenheid. Je zou verwachten dat je dat na een jaar wel onder de knie hebt, maar vooralsnog loop ik iedere keer achter de feiten aan. Toch manoeuvreer ik mij handig en vol goede moed tussen alle studenten door op jacht naar een betaalbaar hapje. Aangezien mijn keuken repertoire vrij beperkt is, is de keuze gelukkig snel gemaakt. Het is pasta-maandag, net zoals dat het de rest van de week ook meestal pasta-dag is. Ik verzamel spekjes, een pot tomatensaus en een zakje kaas en begin mij langzaam te verheugen op dit culinaire hoogstandje. Geduldig sluit ik mij aan bij de stoet studenten voor de kassa, die het net als ik zichtbaar moeilijk hebben met het onderdrukken van de hongerkreten van hun maag.

Thuis aangekomen haal ik opgelucht adem en gooi met een enthousiaste zwaai mijn rugzak op het aanrecht, klaar om een meesterwerk te gaan bereiden. Bij het uitpakken van mijn tas begin ik zweethandjes te krijgen en slaat de paniek toe. Mijn talent voor boodschappen doen heeft me weer in de steek gelaten: ik ben de spaghetti vergeten.