De Grondkopper

28 februari 2015 door Anouk
Deel deze pagina

Ik ben op m’n gezicht gevallen. Dat klinkt heel grappig en dat is het eigenlijk ook wel. Voor anderen dan, niet voor mij. Mijn halve gezicht is namelijk blauw. Ik zie eruit als ik verloren heb van een niet al te getalenteerde bokser. Mensen raden me ook links en rechts aan om vooral dat verhaal te vertellen. Het klinkt namelijk een stuk stoerder schijnbaar om een klap te hebben gekregen, dan toe te moeten geven dat je gewoon over je eigen voeten gestruikeld bent.

Het is bijzonder hoe snel je vergeet dat je eruit ziet alsof je door de mangel bent gehaald. Wanneer ik de UB in loop zet ik toch al snel weer mijn hertenoogjes op, om de eerste de beste mooie man te spotten. Hitsig met je wimpers knipperen heeft alleen vaak niet het gewenste effect met een blauw smoeltje, ben ik nu achter. Een paar opgetrokken wenkbrauwen en verbaasde blikken waren zeker niet het beoogde resultaat.

Het is ook heel erg leuk om te merken dat mensen er niet naar durven te vragen. Of nou ja… Ik denk dat ze het niet durven te vragen. Het baart me zorgen dat mensen zouden denken dat ik er altijd zo uitzie, namelijk (geintje hoor, zo erg was het ook weer niet).

Er gaan maar weinig weken voorbij dat ik niet struikel en vervolgens de grond kop. Op de een of andere manier is mijn motoriek dusdanig treurig, dat de zwaartekracht het iedere keer weer van mijn balans wint. Tot het grote plezier van heel veel toeschouwers. Zo ben ik afgelopen week ook weer van een trap afgegleden, waardoor het nu allemaal wat moeilijker is om te gaan zitten of staan.

Het leek me daarom een goed idee om vandaag binnen te blijven en zoveel mogelijk risico’s op pijn te vermijden. Alle scherpen objecten heb ik naar de kast verplaatst, want het zou niet de eerste keer zijn dat ik me openhaal aan een fotolijstje. Verder zorgde ik ervoor dat ik laag bij de grond bleef, zodat als ik dan toch zou vallen het niet zo ver naar beneden zou zijn. Vol vertrouwen in deze veilige omgeving, nam ik plaats op de bank. Een mens kan alleen niet leven zonder eten of drinken, dus op een bepaald moment moest ik me er dan toch aan wagen… ik moest naar de keuken.

Ik klamp me vast aan de leuning van de trap, om de kans op vallen te beperken tot een minimum. Wanneer mijn voeten de grond weer raken slaak ik toch even een lichte zucht van opluchting. Eerste deel van de tocht zit erop. Dit moet goed komen. Ik schuifel naar de keuken en kijk verlangend naar de kraan. Ik had immers al een tijdje niet gedronken en had inmiddels zeker wat vocht nodig. Met alle zorg pak ik een glas uit de kast… Een gevoel van verlangen maakt zich van mij meester terwijl ik dichter in de buurt kom van de kraan. Het water begint te stromen en een gelukzalige golf verspreid zich door mijn lichaam. In al mijn enthousiasme wil ik mijn glas onder de kraan hangen. En daar heb je het weer: in al mijn enthousiasme gaat het altijd fout. In volle vaart sla ik het glas kapot tegen de kraan… de water straal begint rood te kleuren en ik durf niet naar mijn hand te kijken.

Inmiddels zit er een pleister om mijn linker wijsvinger. Ik heb me verplaatst naar m’n bed en ik denk dat het, het veiligst is als ik daar nu ook maar blijf.

Ajuu.