Ervaringen van een stoepzitter

22 februari 2015 door Anouk
Deel deze pagina

Het was een mooie donderdagavond in januari. Of misschien was het februari, maar dat maakt eigenlijk niet zoveel uit voor het verhaal. Donderdagavond is het hoogtepuntje van de week. Op deze avond komen wij met het mooiste dispuut van de wereld samen om te eten (schransen), te drinken (zuipen) en te kletsen (schreeuwen). Zo ook deze avond. Alleen begon deze donderdagavond voor mij helaas op de stoep. Dus daar zat ik dan, voor de deur van mijn dispuutsgenoot. In de kou. Te wachten (zo zag het er echt uit).

Ik hoor je denken, “wat ging hier in hemelsnaam aan vooraf?” Een goede vraag, young padawan.

Wat was nou het geval: mijn lieve dispuutsgenoot had toen ze thuis kwam haar huissleutel afgebroken in het slot van haar voordeur. De deur had ze al wel open gelukkig, alleen kon hij nu niet meer dicht zonder daarna nooit meer open te gaan. Handig als ze is (of als ze zichzelf voordoet) heeft ze vervolgens het slot eruit gesloopt en ging ze bij de slotenmaker een nieuwe halen. Of ik dan even op de stoep wilde wachten tot ze terug was, aangezien ik toch rook. Dan kon er in ieder geval niemand zomaar naar binnenlopen.

Jawel! Ik was gepromoveerd tot rokende waakhond.

Uiteraard ben ik de moeilijkste niet en nam ik dapper plaats op het stoepje voor haar huis. De grond was koud, maar zitten is nu eenmaal comfortabelere dan staan. Na twee peuken was ik het natuurlijk beu, maar ik bleef braaf op m’n plek. Toen mijn telefoon ook nog uitviel was mijn enige vorm van entertainment ook verdwenen. Althans, dat dacht ik…

Want wat er op straat te zien is, is de mooiste vorm van vermaak. Dus haalde ik mijn pen en papier erbij en begon enthousiast aantekeningen te maken over de taferelen om mij heen. Hoe beter kun je het Groningse straatleven nou beter leren kennen, dan wanneer je er zelf op zit?

Vol bewondering aanschouwde ik de eerste voorbijgangers. Het waren twee jonge mannen die in het Engels met elkaar communiceerden. Ik kon er niet veel van meekrijgen, behalve de gevleugelde woorden: “You can trust nobody in this world, everybody is the same.” Zat ik daar, met mijn goede gedrag en dan krijg je te horen dat je niet te vertrouwen bent! Ik heb er toch wel echt twee seconden over getwijfeld waarom de beste man nou dacht dat ik niet te vertrouwen was… moest ik er misschien achteraan gaan om verhaal te halen? Nee, intussen had een ander schouwspel mijn aandacht al getrokken.

Tegenover me zie ik een balkondeur openstaan (wanneer het onder het vriespunt is, is dit natuurlijk überhaupt al een beetje bijzonder). Binnen zie ik een jongen voor een fornuis staan. Hij staat te koken. Met de deur open. Met zijn jas aan. Ik snap het niet... Waarom? Staat hij altijd zo te koken? Heeft hij geen afzuiging? Vindt hij de geur van boerenkool zo afstotelijk dat hij liever het risico loopt op een afgevroren teen?

Ik ben nooit achter het antwoord gekomen. Achter mij hoorde ik mijn dispuutsgenoot inmiddels rommelen met het slot. Na een tijdje volgde er een opgelucht zuchtje: “Hij zit erin!” De doe-het-zelvende dispuutsgenoot geeft vol trots een demonstratie door de deur dicht te doen. Nou ja, dat probeerde ze… maar hij ging niet dicht! De handige Harry had het slot er namelijk verkeerdom ingedraaid.

Terwijl ik lig in mijn broek pies van het lachen, werpt ze me een verveelde blik toe: “Hier mag je geen blog over schrijven, Anouk.”

Oh, en voor de geïnteresseerden onder ons: een nieuw slot kost €3.