In dialoog met een zwijger

31 maart 2015 door Anouk
Deel deze pagina

Afgelopen vrijdag was ik nogal brak. Dat zijn niet de beste dagen. Bovendien was ik mijn fiets vergeten in de stad, die ik dus in mijn ellendige staat moest gaan ophalen. Kan gebeuren. Laten we eerlijk wezen: brakke mensen zien er niet zo mooi uit. Ik niet in ieder geval. De bekenden die ik die dag tegenkwam heb ik iedere keer maar verbaasd aangekeken wanneer ze ‘Hoi!’ tegen me riepen. Dat was mijn beste poging om te doen alsof ik mijn eigen, zeer ongezond uitziende, tweelingzus was. Als je jezelf dan toch aan de buitenwereld moet tonen, dan kun je maar het beste doen alsof je een minder goed gelukt exemplaar bent, met hetzelfde DNA

Op dit soort dagen is zelfmedelijden een van mijn belangrijkste pijlers. Ik ben niet vaak brak, maar als ik brak ben dan werkt het hele universum me tegen en heb ik heel erg te doen met mezelf. Zo stond ik diezelfde dag in de Albert Heijn zonder enig saldo op mijn pinpas, keek de hele rij inclusief de kassière me aan met een blik van: ‘schrale kutstudent’, en was de Subway om een of andere onverklaarbare reden gesloten, juist toen ik hem het hardste nodig had.

Net op het moment dat je je dan afvraagt of je ooit nog zal lachen, krijg je hulp uit onverwachte hoek. Met een kop als een oorwurm was ik weer onderweg naar huis, toen ik een bijzonder (lachwekkend) schouwspel passeerde. Net wat ik nodig had.

Een kleine toelichting: we zijn natuurlijk allemaal wel eens op zoek naar een goede gesprekspartner, dat valt niet te ontkennen. Meestal richt ik me dan naar de persoon die het meeste verstand van zaken heeft, wat op hetzelfde neerkomt als tegen mezelf praten, maar zelfs ik raak wel eens uitgepraat.

In de Herestraat kwam ik een man tegen met hetzelfde probleem. Ik zag hem verwikkeld in een hevige discussie en ik moest toch even stoppen om te zien hoe dit ging aflopen. “Wie ben jij!?” “Leef jij!?” Vooral dit laatste lijkt een rare opmerking, maar de man had geen betere vraag kunnen stellen. Hij stond namelijk tegen een paspop te schreeuwen. Een dialoog bleef uit, de paspop bleef zwijgen: hij hield wijselijk zijn mond, tot grote woede van de man. Tot mijn grote plezier. (Hoewel het natuurlijk altijd gekker kan…)

Gezien het verloop van het gesprek op het moment dat ik weer vertrok, vermoed ik dat de man de discussie niet gewonnen heeft.