Bellen met Bauke Mollema

23 oktober 2014 door Benjamin
Deel deze pagina

Mijn hart bonkt. een kwartier geleden ben ik in een afgesloten ruimte gaan zitten om het belangrijkste telefoontje uit mijn leven tot nu toe te voeren. Zo voelt het. De eerste kiestoon. De hartslag die ik al in mijn keel voelde, heeft een nieuwe versnelling ingezet. Tweede kiestoon. Ik hoop ineens dat hij niet opneemt. Derde kiestoon. Ik hoor wat gerommel. En dan. “Met Bauke”, ik begin te praten.

Al sinds mijn oom mij op een rood racefietsje van het merk Peugeot zette, wil ik wielrenner worden. Die droom is nooit minder geworden. Wel is het besef dat het nooit gaat lukken met de jaren gegroeid. Dan maar voor de televisie kijken naar de helden die het wel zijn geworden. En af en toe zelf het stalen ros beklimmen. Op de fiets dromen over het jagende peloton achter me. Ik blijf ze tot het bordje Haren altijd nét voor.

Inmiddels zegt mijn paspoort dat ik 24 jaar oud ben. Steeds dieper moet ik in slaap raken om nog te kunnen dromen over een leven als wielrenner. Dansend op de pedalen naar Alpe d’Huez. Ik zou de mooiste stijl van het peloton hebben gehad – vooral bergop. En af en toe winnen.

Ik ben nooit wielrenner geworden. Het is definitief. Maar de oplossing is daar. Als wielerjournalist kijken, luisteren en praten met de mannen die het wel is gelukt. Wielrenners. Echte wielrenners. En nu mag ik mijn eerste contact leggen met een van mijn helden, Bauke Mollema. De nuchtere Groninger met de lelijkste, maar oh zo efficiënte, klimstijl.

Ik vertel mijn verhaal aan Bauke. Ik heb een ingang want Bauke heeft mijn mail beantwoordt en dus hebben we een band. Ik heb hem om zijn mening gevraagd voor een artikel en die heeft hij gegegeven. "Ik heb je nummer gekregen van de Vereniging voor Beroeps Wielrenners", zo geef ik zo professioneel mogelijk aan. "Mag ik je nog een paar korte vervolgvragen stellen?"

"Nou, dat vind ik niet zo nodig. Ik zit te eten." Ik druip af met de staart tussen mijn benen. Twaalf uur, natuurlijk, ik had het moeten weten. Lunchtijd. Wat een beginnersfout. Toch blijf ik dromen van een leven als sportjournalist.