De hel van zaterdagmiddag

15 december 2014 door Benjamin
Deel deze pagina

Het supermarktbezoek, het blijft een populair onderwerp onder de bloggers van GroningenLife!. Van de paprika tot de, uh, paprika, het is allemaal beschreven in een vermakelijk tekstje over het wel en wee in de kruidenierszaak. Persoonlijk begrijp ik dat wel. Het bezoek aan de Ap, zoals je een supermarkt schijnt te noemen als student, beslaat een groot gedeelte van je leven als beginnend uitwonende. Voor mij is het een jungle daar in de kruidenierszaak.

Ik zal het een en ander verduidelijken. Waar je van moederlief of heer vader gewend bent dat ze zich moeiteloos door een supermarkt begeven, daar zul je ontdekken dat daar jarenlange ervaring voor nodig is. De een pikt het sneller op dan de ander, zelf ben ik weinig getalenteerd.

Vaak maak ik de fout om op zaterdagmiddag een vestiging van Albert Heijn of Jumbo binnen te stappen. Nog voor ik een mandje heb kunnen pakken, gaat het al mis. Op zaterdagmiddag stiefelt heel vaderlijk en moederlijk Groningen door de supermarkt. De kinders moeten mee, want het is zaterdag. Wat je krijgt is overvolle gangpaden, gedesoriënteerde mannen, zanikende peuters en vrouwen met messen tussen hun tanden gewapend met een lijstje met artikelen – en dat lijstje is heilig.

Omdat mijn concentratievermogen niet bijzonder groot is als het schap met broccoli wordt overschaduwd door uitdijende huisvrouwen, richt mijn blik zich niet meer op de groente maar op alles wat daar omheen gebeurt. De huisvrouw is driftig op zoek naar de bonusaanbieding broccoli, die ze grijpt met haar linkerhand. Met haar rechter geeft ze haar kind van twee, die in het winkelwagentje zit, een corrigerende vinger. Manlief staat ernaast en heeft geen idee waarom hij op zaterdagmiddag in de supermarkt staat en niet op een voetbalveld met het vooruitzicht van meters bier.

Die spanning wordt gevoeld door de vrouw des huizes en opgevolgd met een sneer. “Als jij nou ook al in de weg gaat lopen!”. Ik zie de man hulpeloos om zich heen kijken, hij lijkt niet ver af te zitten van een huilbui en ik hoor hem denken: als ik maar geen vrienden tegenkom. Intussen waggelt er een puistenkop met een veel te grote kar voor zich uit door de toch al veel te drukke paden. Ik herstel mijn concentratie vlug en zoek haastig naar alles wat ik nodig denk te hebben – wegwezen hier.

Als ik na driekwartier dolen eindelijk thuiskom, begin ik gretig mijn boodschapjes uit te pakken. Voor ik de deur uitging om te gaan shoppen had ik het idee was om een overheerlijke spaghetti bolognese te gaan maken. Bijna een uur later zie ik mezelf de oven op 200 graden zetten en het cellofaantje van een diepvriespizza trekken. Het is me weer niet gelukt.