Eerste pils

30 december 2014 door Benjamin
Deel deze pagina

Mijn mond is weer eens gortdroog als ik wakker word, rammende koppijn maakt zich van mij meester en ik voel direct misselijkheid opkomen. Ik heb voor het eerst in tijden een kotskater. Teveel bier gisteren. Veel te veel zelfs. En om het allemaal nog erger te maken speelt er een nummer in mijn hoofd.

Ik wou dat ik jou was
Gewoon een keertje jou was
Dat ik ook eens met een vrouw was
Niet het kussen maar het matras was

Een verschrikkelijk lied, maar het zit erin en het wil er niet meer uit. Terwijl Veldhuis (of Kemper, ik heb eigenlijk geen idee) vals aan het zingen is in mijn hoofd dwalen mijn gedachten af naar een bijzondere tijd. Niet alleen de tijd waarin Ik wou dat ik jou was van het magistrale en ongeëvenaarde duo Veldhuis en Kemper de hitlijsten bestormde, het was ook de tijd dat ik mijn eerste pils dronk.

Mijn zusjes – Eva en Ingeborg – studeerden inmiddels een paar jaar in Amsterdam. Beide lid van studentenvereniging Lanx en ik mocht studentensfeer komen snuiven op de broertjes- en zusjesdag. Na een dag kennis te hebben genomen van de locaties waar mijn, tot dan toe heilig gewaande, zusjes bier tot zich namen en mannen(harten) verslonden, werd de dag afgesloten in de Heeren van Aemstel – een kroeg die voor altijd in mijn geheugen gegrift zal staan. 

Fluitjes

Aan de bar vroeg een iets oudere broer of ik ook een biertje wilde. Verschrikt keek ik naar de reactie van mijn zussen. “Jaaa, Bennie! Neem lekker een biertje!” Ik twijfelde even, maar niet lang. “Doe maar”, zei ik zo koel mogelijk. Minder dan een minuut later stond er een verse fluit gerstenat voor mijn neus. Enigszins gespannen ging mijn rechterhand naar het glas en Veldhuis en Kemper deden op de achtergrond hun best de sfeer te verhogen.

Het bier ging erin als water en langzaam voelde ik mijn hoofd lichter worden. Ik lachte zoals ik nog nooit gelachen had en voerde gesprekken op hoog niveau met veel oudere mensen. Ik voelde me stoer. Vijf bieren later stond ik mezelf overeind te houden terwijl mijn moeder vroeg hoe de dag was geweest. Op de terugweg in de auto deed de alcohol in mijn lijf me in een diepe slaap belanden. De beste dronk die ik ooit had en de volgende dag volledig katerloos.

Als mijn herinnering is opgehouden komt de ellende terug en hijs ik me in mijn broek. Een kwartier geleden heb ik de misère in de wc gedropt. Nu zal ik mijn lichaam in een auto moeten zetten en richting Friesland moeten rijden voor kerst met familie. De gedachten aan vroeger en zorgeloos genieten drukken de pijn. Kon ik nog maar een keertje dat eerste biertje opnieuw meemaken en daarna in slaap vallen op de achterbank.