Fietsje kopen

08 februari 2015 door Benjamin
Deel deze pagina

Het is koud als ik de deur achter me dichttrek. Steenkoud, ik schat zo’n drie graden onder nul. De stoep is glad en bedekt met een centimeterdikke laag hard geworden sneeuw. Het gaat een barre dag worden, dat voel ik meteen als ik in de vroege ochtend van Helpman naar de stad loop. Een worsteling, maar de beloning zal groot zijn: een nieuwe fiets.

Gemeentelijke fietsen

De gemeente Groningen heeft een fantastisch systeem. Ik durf het zelfs briljant te noemen. Het systeem zit als volgt in elkaar. Eerst neemt de gemeente elke fiets in beslag die ergens te lang staat, tegen een verkeerde boom geparkeerd is of er gewoon mooi uitziet en waarschijnlijk goed geld op gaat leveren bij doorverkoop. De fietsen worden vervolgens verzameld en in een grote stalling geplaatst.

Om het goede imago van de gemeente niet te schaden, wordt er gezegd dat je je eigen fiets voor een luttele 25 euro mag terugkopen als die van een paal is getrokken. Dat kan in de verste buitenwijk van Groningen, Vinkhuizen. De fietsen die niet opgehaald worden (lees: alle fietsen), gaan in de verkoop waar – volgens mij – grof geld mee verdiend wordt. En ik ben op weg naar die verkoop in het centrum van de stad.

Schrik

Ik heb met Klaas afgesproken en tref hem onderweg. Ook Klaas is natuurlijk lopend en ook Klaas heeft geen fiets. Klaas is – net als ik – hoopvol gestemd. Met een lach op ons gezicht komen we aan bij de verkoop. Fietsjes voor 35 euro, het is geen wonder dat er een rij staat. Eerst moeten we een nummertje trekken en een uur later kunnen we aan de andere kant van het gebouw op basis van het volgnummer een fiets komen uitzoeken, zo luidt de instructie van de goedgeïnformeerde medewerker.

Het duurt tamelijk lang voor we ons kaartje te pakken hebben. In de rij worden ondertussen liedjes gezongen en de mensen vertellen elkaar verhalen over die keer dat ze het nog kouder hadden dan nu. Inmiddels voel ik mijn voeten niet meer en baal ik dat ik geen dikkere trui aan heb gedaan. Ik zie aan Klaas dat ook hij het moeilijk heeft. Zijn ogen zijn samengeknepen en er trilt een peuk tussen zijn lippen.

Als we de trotse bezitter zijn van een volgnummer hollen we door de stad op zoek naar een geopende koffietent. Zonder succes. Het is half acht en te vroeg voor koffie, zo blijkt. We besluiten in een hoek te gaan staan en elkaar met een innige omhelzing warm te houden. Als we een uur later aankomen bij de echte verkoop, worden we opgeschrikt door een nare verrassing.

Chaos

Het blijkt dat onze volgnummers totaal waardeloos zijn. De portier is niet op de hoogte van het nummersysteem (of kan niet tellen) en laat iedereen willekeurig binnen. Als de wachtende mensen het door hebben, slaat de sfeer om. Menig man wurmt zich naar voren, er ontstaat een gevecht. Klaas weet net op tijd mijn hoofd te beschermen tegen een rondvliegend volgnummer.

De overlevingsdrang wint het uiteindelijk van de beschaving. Klaas en ik dringen ons naar binnen en laten de chaos achter ons. In de stalling neemt de gemeente het geweld over met stevige prijzen voor matige fietsen. Ik besluit mijn verlies te nemen en een dure fiets aan de haak te slaan.

Twee uur en veertig minuten nadat ik de kou tegemoet liep, fiets ik op mijn jongste aanwinst naar college. Ruim een halfuur te laat stap ik de collegezaal binnen en krijg ik een tirade van de docent. Ik vertel mijn verhaal. Halverwege zie ik haar kwaadheid veranderen in medelijden en tijdens het uitspreken van de laatste zin val ik snikkend in haar armen. Ze troost me en belooft me dat ik nooit meer terug hoef te gaan naar die verschrikkelijke stalling.