Het gedrocht dat scriptie heet

30 juni 2015 door Benjamin
Deel deze pagina

Een wit document voor mijn neus. Leeg. Er moet iets geschreven worden over hoe ik twee journalisten met elkaar ga vergelijken. Waarom? Het is tijd om na te denken over een scriptie. De laatste fase van mijn studie is in zicht en een van de zwaarste loodjes doet tranen uit mijn ogen lopen nog voor het echt begonnen is.

Journalist

Mijn eerste studiejaar op de Master Journalistiek ligt nog maar net achter me, als de verplichting roept om na te denken over een scriptie. Het lijkt oneerlijk – bijna sadistisch zelfs. Een jaar lang dacht ik op weg te zijn naar een leven als journalist en ineens werpt men mij mijlenver terug. Terug achter een bureau waar ik eindeloos taaie wetenschappelijke artikelen door moet gaan zwoegen. Terug naar het surrealistische van het doen van een gammel onderzoekje.

Ik duik achter mijn bureautje om een opzet te schrijven. Maar mijn gedachten dwalen al snel af naar die keer dat ik met een camera in de Poelestraat een hossende selectie van FC Groningen filmde. En toen die keer dat ik vijf uur bij een rechtszaak was om er aan het einde van de dag een stuk over te kunnen schrijven – dat soort verhalen zal ik de komende vijf maanden even niet kunnen schrijven.

Wetenschap

Natuurlijk, wetenschap is belangrijk. Toch ben ik er van overtuigd dat niet iedereen geschikt is om het uit te voeren en ook dat het niet voor elk vakgebied even nuttig is. Mijn natuur is om met grote ogen om me heen te kijken en dat razendsnel te vertalen in een vermakelijk stukje tekst  – en dat past niet in onderzoek. De impulsen die ik zal gaan krijgen en de vaardigheden die ik zal ontwikkelen tijdens het ontwikkelen van mijn scriptie vallen moeilijk te rijmen met mijn ambitie.

Begeleider

Een paar dagen nadat ik een opzet heb geschreven, zit ik bij mijn scriptiebegeleider. "Wat wil je nou eigenlijk met dit onderzoek?" Daar vraag je me wat, Gerard, denk ik bij mezelf. Gerard van Westen is mijn scriptiebegeleider en kan niet helemaal bevatten waar ik met mijn onderzoek naartoe wil. En eigenlijk wil ik ook helemaal niets met dit onderzoek. Een paar maanden geleden dacht ik nog een baanbrekend stuk te kunnen schrijven over de staat van de wielerjournalistiek. Inmiddels heb ik genoegen genomen met de ambitie om er zo snel mogelijk van af te zijn.  

Als ik thuis ben duik ik weer achter de pc en lees over geloofwaardigheid in de journalistiek. Af en toe zet ik een melodramatisch muziekje op en denk ik aan die tijd dat ik de kramp in mijn arm voelde die veroorzaakt werd door de camera die er op rustte. Nog even, zeg ik tegen mezelf. Nog even en dan ben je hier ook klaar mee. Dan doe je de deur achter je dicht, veeg je je reet af met dat diploma en begin je aan de rest van je leven. Een leven vol prachtige verhalen.