Memorabel telefoontje

06 april 2015 door Benjamin
Deel deze pagina

De telefoon gaat en het is voor mij. Altijd spannend, iemand die je belt. Dat iemand me probeert te bereiken via de telefoon op mijn opleiding, maakt dat ik me nog belangrijker voel. Ik neem de telefoon aan en laat een krachtig stemgeluid klinken. Aan de andere kant praat een rustige mannenstem terug. "Zou je de Minister van Veiligheid en Justitie willen spreken?"

Grap

In mijn hoofd spelen alle mogelijke scenario’s zich in rap tempo af. Het is een grap, dat kan niet anders. Wie wil me voor de gek houden? Nog geen tel later word ik uit mijn lijden verlost door een van mijn studiegenoten. "Het is een nummer uit Den Haag, dit moet wel echt zijn."

Het kan echt zijn, want samen met mijn studiepartner Marja heb ik een gewichtige reportage gemaakt over fraude op Twitter. Marja is een van mijn studiegenoten bij journalistiek en samen hebben we de vinger op de zere plek gelegd. De politie doet niet genoeg aan identiteitsfraude op social media, zo luidt onze conclusie.

Nu ik weet dat het geen grap is, word ik met de minuut zenuwachtiger. Nog altijd hangt de woordvoerder van de minister aan de lijn. Omdat ik lang over mijn antwoord doe, vraagt de man aan de andere kant of ik de minister überhaupt ken.

Ik besluit er vol in te gaan en te zeggen dat het goed is. Kom maar op met die minister, die ga ik is even vertellen wat er anders moet in deze wereld. De telefoon gaat terug op de haak en nu is het wachten op een telefoontje van Ard van der Steur. Maar natuurlijk, zo heet de man. Intussen zijn mijn docenten aangeschoven met een filmende telefoon in hun hand – memorabel moment.

Beroemd

Tussen het nerveuze door, denk ik aan de beroemdheid die ik na dit interview ga worden. Later, in mijn biografie, wordt dit moment beschreven. "Benjamin de Bruijn was nog niet eens afgestudeerd en durfde toen al het beleid van een minister te bekritiseren", zo zal iemand zeggen die mij nog kent uit mijn jongere jaren.

Marja steunt me en stelt als een dolle slimme vragen op, wat zou ik zonder haar moeten? Ik besluit dat ze genoemd moet worden in mijn toekomstige biografie. Dan gaat de telefoon weer. Mijn docent, die net was weggelopen om het goede nieuws te verspreiden, spreekt. "Benjamin, het is 1 april."

Ard van der Steur