Mijn vriend Herman

28 december 2013 door Benjamin
Deel deze pagina

Drieëntwintig jaar geleden zag ik het levenslicht in Dokkum – een memorabel moment. Na achttien jaar in dat pittoreske Friese stadje vond ik het tijd om mijn vleugels uit te slaan en in Groningen aan mijn studentenleven te beginnen. De beslissing om naar Groningen te gaan was destijds meer toevallig dan bewust. Mijn beide zusters gingen in Amsterdam wonen dus dat wilde ik sowieso niet, dan maar naar Groningen. Achteraf bleek het de beste keuze van mijn leven.

Dokkum is Fries en klein. Dat houdt in dat je iedereen keurig dient te groeten in de supermarkt – je kent immers iedereen – en je je niet kunt veroorloven om al te gekke dingen te doen. Dat laatste deed ik wel. Ik liet vreemde danspasjes zien in het plaatselijke café, toonde tijdens een voetbalwedstrijd een shirtje met de tekst ‘I love my little pony’ toen ik gescoord had en ook mijn grapjes kregen niet het publiek die ze in mijn ogen verdienden – de tijd was rijp om te verhuizen.

Toen ging ik naar Groningen. Eerst de Keiweek, vijf dagen de stad ontdekken. Op de Grote Markt was ik werkelijk onder de indruk van het feit dat dit mijn stad zou gaan worden – ik was nu officieel Groninger. In mijn euforie besloot ik me na de keiweek aan te melden bij studentenvereniging Dizkartes. Geen ontgroening, wel een introductiekamp. Wederom had ik niet heel lang nagedacht over mijn beslissing, ik leefde in een roes en wat dat voor consequenties had kon me weinig deren.

Op het introductiekamp kwam ik in een stroomversnelling, ik maakte kennis met drankspellen, het Grunnens Laid, maar vooral met Herman. Binnen de kortste keren stond ik naast Herman een lied in het gezicht te schreeuwen van de kampleiders omdat zij vonden dat het daarvoor onverstaanbaar was geweest. Precies op het juiste moment stond er iemand naast me met wie ik niet eens woorden hoefde te wisselen om te weten wat hij dacht.

Nu, meer dan vijf jaar later, weet ik dat mijn keuzes aan het begin van mijn studententijd me hebben gebracht waar ik in Dokkum zo naar verlangde. Ik kan zijn wie ik wil zijn en ik denk dat Groningen de bakermat voor de ontwikkeling van mijn persoonlijkheid bleek. De vriendschap tussen Herman en mij is hechter dan ooit, in Dokkum kom ik nog wel eens om met mijn moeder koffie te drinken.