Van een afstandje

24 februari 2014 door Benjamin
Deel deze pagina

Ik kom er maar direct voor uit: ik woon in Helpman. Waar?! Ja, in Helpman dus. Helpman wordt vaak omschreven als een verre buitenwijk in het zuidelijke deel van de stad Groningen. Eigenlijk doe je Helpman daar te kort mee, want ooit was het een onafhankelijk dorp. Misschien is dat ook wel de reden dat mijn vrienden mij, sinds mijn verhuizing naar Helpman, niet meer zien als een echte Groninger.

Natuurlijk heb ik ook al niet mee dat ik ooit in Friesland geboren ben, maar verhuizen naar Helpman is als student in Groningen een zonde van de bovenste plank. Je kunt niet meer genieten van wat er zich in het centrum afspeelt, zo luidt het oordeel en al je maten vertikken het om langs te komen omdat ze geen zin hebben om driekwartier te moeten fietsen. Dat zeggen ze natuurlijk niet en daarom komen de meest lullige smoesjes voorbij: “ja sorry, ik heb een lekke band man” of “Ah shit, ik heb mijn fiets net uitgeleend aan mijn huisgenoot”, het is doorzichtig en ik merk dat het me elke keer weer raakt. Ik begin me zo zachtjes aan een vertegenwoordiger van Helman te voelen – de prachtige wijk Helpman.

Op feestjes moet ik telkens verantwoorden waarom ik godsnaam bijna in Haren (een dorp verderop) ben gaan wonen. Ik kom met het feit dat ik nu een ruim appartement heb, dat het maar zeven minuten fietsen is naar het centrum en dat er best een gezellig kroegje zit op loopafstand. Het mag niet baten, na mijn ruige leven in de stad ben ik nu volgens menigeen een burgertrutje geworden.

Ik berust in mijn lot en moet toegeven dat ik de tijd van opgestapelde kratjes bier in de gang, van mannelijke kreten door verstofte trappenhuizen en de tijd van heerlijke diners met huisgenoten ook wel een beetje mis. Karel schreeuwt niet meer “jooo, koffieeh?” als ik thuiskom, maar goed wat maakt het eigenlijk uit? Met vijf minuten doortrappen sta ik in het centrum en moet ik voor de zoveelste keer constateren dat ik de enige ben die op tijd is. Herman woont tweehonderd meter van de Grote Markt af en komt tien minuten later op zijn dooie akkertje aansloffen, hij begroet me vrolijk: “Chef, hoe was de reis?”.    

Op zeven minuten van het centrum bevindt zich dit paradijsje