Op de kroeg

Op de kroeg

30 september 2014 door Beppie
Deel deze pagina

Als eerstejaars studentje, inmiddels een beschamende zeven jaar geleden, ving ik een gesprek op tussen twee ietwat ballerige jongens die in de Poelestraat liepen.

Jongen nummer één met vermeldenswaardige prachtige lange manen vroeg aan de jongen die naast hem liep, jongen nummer twee voor het gemak, wat hij die avond ging doen. “Ik ben vanavond op de kroeg man”, antwoorde hij.   

Ik was vrij onder de indruk van de verschijning van jongen nummer één, maar bij dit antwoord begonnen mijn oren te klapperen. Van het kroegbestaan was ik natuurlijk op de hoogte, ik had in mijn intro-week goed opgelet. Maar over de constructie ‘op de kroeg zijn’ verbaasde ik me ontzettend. Zou dat betekenen dat er misschien een feestje was bovenop een kroeg? Of bedoelden ze misschien een balkon? Het zat me niet lekker. Ik besloot het de jongens in kwestie te vragen.

Dapper stapte ik op de beide jongens af en stelde mijn prangende vraag. Het antwoord wat ik kreeg was niet erg verhelderend, aangezien dit uit een schaterlach bestond. Ik was niks wijzer geworden.

Inmiddels snap ik dat de zinsconstructie gewoon betekent dat je in de kroeg bent en er niet bovenop. En dat je daar waarschijnlijk een mooi feestje hebt. Gewoon studentenjargon. Net zoals op kamers gaan. Dan zit je ook niet op het dak.

Maar, zit ik dan nu eigenlijk achter m’n laptop of ervoor?