Race tegen de caissière

Race tegen de caissière

31 augustus 2014 door Beppie
Deel deze pagina

‘De eerstvolgende in de rij mag bij kassa twee komen.’ Een vriendelijke mevrouw, later zal ik op haar naamkaartje zien dat ze Thea heet, loopt richting kassa twee. Het gelukkige toeval leert dat ik de eerstvolgende ben, waardoor ik blij met mijn mandje op wielen richting kassa twee hobbel.  

Op de band van kassa twee begin ik met het uitstallen van mijn boodschappen. Een precies werkje. Je kan er natuurlijk voor kiezen om alles op de band te kwakken en daarmee het risico lopen dat je een kilo kaas op je eieren gooit. Ik prefereer een meer zorgvuldige aanpak, geleerd van mijn lieve moeder: van zwaar naar licht.  Zo komen de zware dingen onderin je tas en de lichte dingen bovenin, en minimaliseer je het pletgevaar (Moedervanbeppie, 2008).

De caissière is duidelijk één van de ervaren soort en scant de artikelen in een sneltreinvaart. Blindelings weet ze de code van de chocoladereep, melkpakken en brood te vinden en met minimale moeite weegt ze de bananen af. Vooralsnog klinkt dit als een utopie, totdat ik mijn blik richting het einde van de kassa wend en tot een verschrikkelijke ontdekking kom.

ER IS GEEN RUIMTE OM IN TE PAKKEN! Ik kijk over m’n schouder met een schuin oog naar de rij die achter me staat en steeds langer wordt. Binnen enkele seconden krijg ik het Spaans benauwd.  Ik baal ervan dat ik niet bij kassa drie ben gebleven. De floormanager is al twee keer bij die kassa langs geweest omdat er wat mis ging, wat meer tijdwinst zou opleveren.  

Waar is de band die altijd nog doorloopt ná de kassa? En waar is de scheidingsarm die ervoor zorgt dat mijn boodschappen niet tussen die van de achterbuurman verdwijnen? Denk ik lichtelijk in paniek. 

De strijd met de caissière wordt heviger. Ik probeer zo snel mogelijk de spullen in mijn tas te proppen en haar tempo bij te houden (als mijn eieren kapot zijn is het háár schuld). Het is dweilen met de kraan open en de boodschappen stapelen zich meer en meer op, ik heb de Usain Bolt onder de caissières getroffen. ‘Wilt u pinnen of contant betalen?’. Ik pin en probeer tijd te winnen door de pas er niet helemaal in te steken, te opvallend blijkt. Met een ferme armbeweging duwt Thea mijn pinpas erin en ik moet mijn pincode intoetsten, terwijl de bananen roepen om ingepakt te worden.

Thea vraagt of ik de bon mee wil, wenst me een fijne dag en begint met scannen van de artikelen van de volgende klant. Wanneer de wanhoop bijna nabij is, zie ik met grote letters naast me een bordje met ‘inpaktafel’ (en daaronder ‘niet opklimmen’) staan. Met alle krachten die ik nog heb pak ik alle spullen in mijn armen, stop ik mijn portemonnee is m’n kontzak en gooi alles op de inpaktafel.

Nooit meer een mandjeskassa.