Taalbarrière in Groningen

06 september 2014 door Blogtalent
Deel deze pagina

Groningen is een stad van uitersten en die uitersten worden vooral bepaald door studenten aan de ene kant en stadjers aan de andere kant. Stadjers zijn mensen die in Groningen wonen zonder te studeren – dat kan ook, ja. Studenten zijn jongens en meisjes tussen de zeventien en dertig jaar die ingeschreven staan bij een onderwijsinstelling (hbo of universiteit) in de hoop slimmer te worden, maar dat was wellicht al bekend. Het zijn twee groepen die samen moeten leven in een stad en soms onverenigbaar lijken. Het grootste probleem? De taalbarrière.

In mijn oneindige ambitie om werkervaring op te doen en daar van te leren, besluit ik me in mijn eerste studiejaar in Groningen aan te melden bij elektronicagigant Saturn als informatiebaliemederwerker, een hele mond vol. Het werk houdt in dat je klanten met een probleem moet helpen. Op mijn eerste werkdag komt er dan ook een vriendelijke man binnengelopen die mijn hulp nodig heeft. Ik voel me zelfverzekerd, niet veel eerder heb ik namelijk met succes de benodigde cursus voor dit werk doorstaan - ik was een kei, volgens mijn baas.

“Jha, ‘k heb jha zzooh’n kaaht vhan Zhieghoow en daht wherkt jha nait!” verbaasd kijk ik om me heen. Het zweet breekt me uit. Heb ik iets gemist tijdens de cursus? Heb ik weer zitten dromen? Is dit codetaal? Ik besluit niet in paniek te raken, maar de man voor me ziet dat ik geen idee heb. Hij zegt het nog één keer: “zzooh’n kaaht vhan Zhieghoow, jhaaaah”. Mijn collega ziet het voor haar neus gebeuren en belt de afdeling televisie. “Er is hier een man die problemen heeft met zijn abonnement van Ziggo, kunnen jullie even helpen?” Ik sta perplex.

Het Groningse taaltje laat zich gelukkig snel leren, helemaal als je voetbalt in de provincie. Na een opstootje komt er een man naar me toe die denkt dat ik iets lelijks tegen hem heb gezegd. “Zai jij nhou dikke lul teg’n mhij?” Bij thuiskomst probeer ik mijn eerste succesvolle contact te leggen met mijn Groningse buurman. “Hallo buurman!”, roep ik triomfantelijk. “Wai zegg’n hier moi godv’rdomme”, leert hij mij de les. Toch nog maar even oefenen. 

Door Benjamin