12

12

13 juli 2015 door Dagmar
Deel deze pagina

Er zit een meisje bij het raam. Ze leest een boek van een auteur met een onuitspreekbare voornaam. Het boek gaat over mediteren. Naast haar zit een man die al meer dan 14 minuten nadenkt over de puzzel ‘2 3 5 8 ..’.

Daarnaast zit ik. Ik heb geluk. Deze keer zit ik niet direct naast een gezin met een krijsende baby, peuter, kleuter of een ander, soortgelijk schepsel. Die zitten ‘gelukkig’ aan de andere kant van het gangpad.

De enige plekken waar ik vooraf nog uit kon kiezen waren plekken bij het gangpad. ‘Voor de verandering eens ergens anders zitten kan nooit kwaad’ had de baliemedewerkster gezegd. Ook ik weet na 19 jaar dat dingen ‘voor de verandering’ anders doen bijna nooit goed uitpakken. Zo ook deze keer niet. Het kleine rondhoofdige kindje begon bij het opstijgen alleen maar harder te huilen.

Ik trek het aan. Mensen en dingen die mij storen of overbodig zijn op de momenten dat ik ze tegen kom. Nooit tref ik een huilend kind in een silent disco of in het karretje achter mij in de achtbaan. Nee. Ze zijn er alleen als ik in alle rust en vrede even wil slapen in mijn oncomfortabele vliegtuigstoel.

Anyway. Ik zit in het vliegtuig naar Charles de Gaulle. Vanaf daar zal ik ‘overstappen’ en naar Minneapolis vliegen. Het is de tweede keer dat ik meedoe aan een uitwisseling. Op de een of andere manier ben ik nooit gespannen of enthousiast voor ik op reis ga.

Ik tel niet af van tevoren, schrijf geen post-its vol over hoeveel zin ik erin heb en vertel het ook niet aan alle mensen die het niet willen horen. Ik zie het toch vanzelf wel.

Voor dit moment had ik het wel gezien. De man met de puzzel drukte op ‘next’ en vulde nooit het getal 12 in, het meisje naast mij zou in Parijs zich helemaal suf mediteren en ik zou aankomen op het vliegveld zonder dat ik wist wat mij te wachten stond. Een prima begin.