Eerste schaatswedstrijd

Eerste schaatswedstrijd

26 november 2015 door Dagmar
Deel deze pagina

Samen met Merel, een andere Tjasser, reed ik over de blauwe baan om in te rijden. We kregen van de wedstrijdleiding bij de start een bandje. Ik wurmde het ding om mijn bovenarm en reed naar de start. Ik had nog steeds geen idee hoe Sven Kramer zich voelt tijdens een schaatswedstrijd omdat ik stond te wankelen op het ijs. Bambi was er niets bij.

Al een tijdje, sinds september, schaats ik. Vroeger heb ik in Zweden wel eens geijshockeyd en met mijn vader hier en daar in Nederland een tocht geschaatst. Erg goed was ik niet. Om de 200 meter moest mijn vader tien minuten wachten totdat ik weer bij was. Hoog tijd dus om die schaatsskills van mij een beetje op te krikken.

G.S.S.V. Tjas heeft twee Tjasuren. Tijdens die uren (op maandag en donderdag) kan je schaatsen op de baan van Kardinge. Je kan je aansluiten bij een groepje van je eigen niveau. Ik zit dit schaatsseizoen bij groen, de echte amateurs. Daarna heb je oranje, wit, rood en blauw. In de volgorde van de kleuren zit geen enkele logica.

Terug naar de wedstrijd.

Met mijn pas geslepen schaatsen legde ik de 100m en de 300m af. Het resultaat van dit schaatsfeest was een PR op de 100m en een PR op de 300m. Dat dat kwam omdat ik nog nooit een wedstrijd had geschaatst maakt voor nu niet uit. Verder had ik tien nieuwe blauwe plekken en een gat in mijn salopette omdat ik op mijn schaats was gevallen.

Het mooiste aan de wedstrijd was dat iedereen het leuk vindt dat je er bent en/of meedoet. Langs de baan staan er zelfs ouders te klappen voor je. In eerste instantie dacht ik dat ze verward waren en hun eigen kind niet herkenden. Dat bleek niet zo te zijn.

Na mijn eerste schaatswedstrijd ooit vond het feest van Promonent plaats. Promonent is tot dusver het enige dispuut (verticaal verband) van Tjas. Het was in het Kasteel en het thema was ‘tanken in je tanktop’.

Die avond eindigde, na heel wat dubieuze gesprekken en cafébezoekjes, bij een tot dan toe onbekende andere Tjasser thuis. Daar maakte ik samen met drie andere Tjassers die ik niet kende om kwart over zes ‘s ochtends tosti’s met het kapotte tostiapparaat.