Treingezeik I

Treingezeik I

30 september 2014 door Dagmar
Deel deze pagina

Treingezeik I

Veel uitwonende studenten gaan in het weekend naar huis. Om thuisthuis te komen gaan de meesten met de trein terug. De treinen zitten vrijdagmiddag en zondagavond meestal stampvol. De grootste strijd die je in een week levert, als uitwonende student, is de strijd om een plaatsje in de trein. Ikzelf vind reizen in de trein fijn. Dat rijmt en is ook nog eens waar, mits… Ja er is ook nog een mits en die mits is een hele grote ‘mits’. Er is namelijk heel veel dat het reizen met de trein minder aangenaam kan maken en daarom heb ik een lijst gemaakt. Een lijst met dingen/mensen/handelingen waaraan ik me irriteer tijdens het reizen. Als we allemaal vanaf dit moment beloven de genoemde dingen uit de lijst niet meer te doen, leven we allemaal een stukje plezieriger, vermoed ik zo.

De lijst die ik heb opgesteld gaat van ‘hoe-doe-je-dit?’ tot ‘o-stop-hier-mee’ tot ‘help!-als-je-dit-nog-eens-doet-stop-ik-voor-eeuwig-met-treinreizen@%$^(*&*’ tot ‘echt-niet-meer-acceptabel-in-het-openbaar’. Waar de grenzen liggen vogel je zelf maar uit.

Als eerste bestaan er mensen met een ‘treinengave’. Of ze ermee zijn geboren weet ik niet, maar als je de gave nog kan krijgen tijdens het ouder worden zou ik graag willen weten hoe je het krijgt. Het gaat om het volgende: je staat te wachten op de trein en hoopt dat de deuren precies voor je, op de plek waar de op dat moment staat, straks opengaan als de trein stilstaat. Helaas gebeurt dit nooit als je geen treinengave hebt. Je loopt bij wijze van spreken de vier mijl van Groningen heen en weer op zoek naar een deur. Mensen met een treinengave kunnen rustig stil blijven staan, want ze staan toch op de goede plek.

Als je dan eenmaal zit in de trein, naast al die onopvallende mensen met een treinengave, is er een andere soort treinreiziger die je het volgende vraagt ‘welke kant gaat de trein op?’. Deze treinreiziger  heet de ‘ik-moet-aan-de-kant-zitten-waar-de-trein-naartoe-gaat-reiziger’. Ik zou heel graag willen weten wat er gebeurt als die mensen aan de ‘verkeerde’ kant gaan zitten. Maar dat, lieve mensen, is een groter mysterie dan het mysterie van de salmiakpoederpot.

In tegenstelling tot de ik-moet-aan-de-kant-zitten-waar-de-trein-naartoe-gaat-reiziger, zijn er ook minder tactische treinreizigers, namelijk de ‘laten-we-gezellig-met-onze-superdrukke-kinderen-in-de-stiltecoupé-gaan-zitten-mensen’. Deze soort kan je herkennen aan de grote rugzak vol met pakjes limonade. Deze pakjes zijn altijd gevuld met limonade met of zonder prik. En dat is vaak dé aanleiding voor de kinderen om keihard te vragen, terwijl er een grote snottebel uit hun neus hangt (de tissues pasten niet meer in de rugzak), of er wel of niet prik in zit. Ik zou graag een tip willen geven aan dit soort mensen: koop één soort limonade en zeg voordat je in de coupé gaat zitten tegen je kids of je limonade met prik of zonder prik hebt gekocht.

En aan de mensen zonder kinderen + de mensen met kinderen die ze hebben gedumpt bij … vul maar in wie: MAAK GEEN GELUID IN DE STILTECOUPÉ. Die grote ‘S’ op het raam staat niet voor je lievelingsdier de sidderaal, structuurvisies, schreeuwen, straatsteen of soepkom.

Het vervolg van 'Treingezeik I' lees je op: http://www.groningenlife.nl/bloggers/dagmar/treingezeik-ii