Treingezeik II

Treingezeik II

12 oktober 2014 door Dagmar
Deel deze pagina

Treingezeik II

Ook heb je in het hedendaagse treinverkeer mensen die telefoneren met anderen. Dat is niet gek. Af en toe moet je je ouders bellen en vragen of ze je willen komen ophalen. Dat is oké. Maar ga niet met je vriendin die je 800 jaar niet hebt gesproken, omdat ze in Australië zit, opbellen om de afgelopen 4 maanden van minuut tot minuut te bespreken. Stuur dan liever een mailtje naar Robert ten Brink en vraag of je mee mag met de All you need is love kersttour. Dan kan je als je eenmaal in Australië bent je ouders bellen en vertellen hoe het daar is. Wij hebben er dan geen last meer van.   

Als je dacht dat de hard pratende beller het ergste soort is, kan ik je helaas niet geruststellen. Er bestaat namelijk nog een veel erger soort: het soort mens dat een intieme band heeft opgebouwd met zijn/haar bagage. Die band is zo intiem, dat de bagage in hun beleving een eigen persoonlijkheid heeft gekregen. Althans, dat denk ik. Deze mensen zetten immers hun bagage op de stoel naast zich neer. Andere treinreizigers kunnen dan niet meer zitten.

Dan is er nog een sneu soort. Het sneue soort is het niet gelukt om een band op te bouwen met de bagage die ze meenemen en daarom proberen ze dat dan maar met jou op te bouwen. Door te staren. Die mensen kijken regelrecht de zwarte diepte van je pupil in hopend op een gesprek dat ze zelf nooit zullen starten. Angstaanjagend.

De enge, bellende, drinkende, vragende en magische soorten treinreizigers hebben we reeds besproken. Maar helaas. Er zijn er nog meer. Er zijn namelijk mensen die moeten zeiken, moeten plassen, hun behoefte moeten doen en mensen die ‘plasjes plegen’. Aan alle mensen die dit ooit hebben beweerd te moeten doen: zeg het niet zo. Je moet naar de water closet en het is algemeen bekend wat je daar gaat doen. Stel dat je in de situatie verkeert dat je niet gaat doen wat gebruikelijk is om daar te doen, oké, dan mag je me vertellen wat je gaat doen. Dus als je van je wc-papier origami duiven gaat vouwen of de hele scheurkalender uit woede kapot gaat scheuren, oké. Of het me interesseert is natuurlijk een tweede.

Nu komen we bij de twee minst voorkomende soorten mensen. De eerste soort is de mensen die uitgebreid aan hun duim (of hand) likken voordat ze hun krantenpagina omslaan. Aan ijsjes mag je likken, enveloppen mag je dicht likken, maar krantenpagina’s kan je ook omslaan zonder de hier bovenstaande actie te verrichten.

De tweede soort bestaat uit de niet-treinreizigers. Deze mensen hebben verder niets met het treinverkeer van doen. Ze zetten mensen af en zwaaien ze eventueel uit op het perron. Dat is, als je het zo leest, niet erg. Maar het is wel erg als je selfies gaat maken (of onsies, wat jij wil) met degene die in de trein zit die je net hebt weggebracht. Stop daarmee. Het allerergste is dat ze, de mensen die de beruchte ‘ik-maak-liever-een-selfie-met-je-dan-dat-ik-je-uitzwaai-selfies’ maken, soms de flits op hun telefoon aanzetten. Dan kan je degene die achter het treinraam zit niet eens zien op de foto.

Als je niet onder een van deze soorten mensen valt, geef jezelf dan bij deze een schouderklopje. Nog een opmerking over de lijst: zie het niet als een crazy88-lijst of een bucket list. Die maak je maar lekker zelf.

Terwijl ik deze blog typ kom ik langs Olst en Wijhe. De plaatsen waar je ooit in je leven moet zijn geweest. Tenminste, als je trein er stopt.