Afroeidag

Afroeidag

05 oktober 2013 door Lucia
Deel deze pagina

Drie zakken broodjes, een pot duo penotti, cornetto’s, jodekoeken, pepernoten, bier (niet onbelangrijk), fruitsap, ketchup en speklapjes. ‘Wilt u misschien pinnen?’ vraagt het kassameisje. ‘Ja graag,’ zegt een meisje in een witte labjas met ketchupvlekken erop. Achter haar staan nog een stuk of zes mensen met soortgelijke outfits en zes mensen in roze kleren met varkensmutsjes op. Het meisje kijkt niet eens verbaasd meer. Het is weer afroeidag.

Op de jaarlijkse afroeidag van Gyas, is het de bedoeling dat alle eerstejaars, die net hebben leren roeien, tegen elkaar gaan strijden om de hoogst haalbare eer. Elk afroeiploegje moet z’n eigen naam bedenken en het is van groot belang dat deze naam een of andere flauwe roeiverwijzing bevat. Zo krijg je dus namen als Groentesloep, Rainbowrow, Stuurman en Stuurman, Paramariboot en oh oh Tirow. Uiteraard moet je daarnaast een outfit zoeken die aansluit bij deze fantastische naam. Wij waren ‘SpeKLAPJES OP’ (klapjes op is een bepaald soort slag bij het roeien) en dus zagen alle coaches eruit als heftig bebloede slagers en waren wij de varkentjes.

Het woord ‘afroei’ doet je waarschijnlijk een beetje denken aan het ‘afzwemmen’. Bloednerveus in je Jip en Janneke bikini met je teentjes over de rand van het startblok kijken, terwijl de strenge badmeester snerpend op z’n fluitje blaast. Vanuit je ooghoek zie je je moeder net zo zenuwachtig kijken, terwijl je vader alles ongegeneerd en veel te breed lachend staat te filmen. Ik zal je meteen even uit deze nachtmerrie helpen: niets is minder waar. Ja ik heb die dag wel geroeid, maar het grootste deel van de tijd heb ik met mijn ploegje lekker in het zonnetje gelegen, ketchupgevechten gehouden, andere boten aangemoedigd en rondgelopen door de plaatselijke Aldi met een varkensmutsje op mijn hoofd.

Als we dan gingen roeien, was dat wel een bijzondere ervaring. Nadat we de eerste twee wedstrijden dramatisch hadden verloren, wat natuurlijk absoluut niet onze schuld was, maar veroorzaakt werd door een valse start en een broekje dat klem zat en niet meer los kwam, ging het de derde keer wel volgens plan. Met vier varkentjes en een slager als stuurman zoefden we door het water. Vanaf de kant hoorde ik de rest van m’n ploegje op fietsen ons toejuichen. Naarmate we dichter bij Gyas kwamen, hoorden we steeds meer mensen ons aanmoedigen. De stuurman schreeuwde, het water spatte alle kanten op en daar gingen we over de finish. Helaas hebben we niet gewonnen, wat ook dit maal totaal niet onze fout was. Die anderen hadden nou eenmaal meer mannen en waren dus sterker. Logisch toch?

Die avond werden we geïnaugureerd en werden we dus officieel lid. Iedereen kreeg een ‘inauguratiebeul’ (ja, toch een soort zwemdiploma) en drie zoenen van elk bestuurslid. Ik kan nu wel mooi zeggen dat ik de praeses gezoend heb. Daar deden we het toch allemaal voor? Daarvoor en voor de komende jaren vol met flauwe botennamen, bloedstollend spannende roeiwedstrijden, geweldige feestjes, knappe roeiers ketchupgevechten en natuurlijk het prachtige volk der Gyanen.