Het washandje

Het washandje

14 april 2014 door Lucia
Deel deze pagina
‘He Lucia, weet je wat jij moet doen? Ga vanmiddag lekker bij een bevalling kijken. Ik vraag wel effe of er nog een leuke is.’ Ik keek de verpleegkundige met grote ogen aan. ‘Ja? Zou dat mogen?’ vroeg ik ontzet. ‘Ja joh, tuurlijk.’

Tegen het einde van het eerste studiejaar geneeskunde, na maanden lang in de collegebanken te hebben gezeten, was het tijd voor actie. We werden erop uitgestuurd om twee weken lang op zorgstage te gaan, wat inhield dat je mee mocht lopen met de verpleging. Als je dacht dat je na al die maanden toch echt wel een hoop wist over de geneeskunde, dan was dit het moment waarop je met je wijsneus op de feiten gedrukt werd. Eigenlijk wist je vrijwel niks, kon je niks en mocht je ook nauwelijks iets doen. Dit lijkt misschien verschrikkelijk, maar eigenlijk kwam het mij ontzettend goed uit. Iedereen wist dat ik nutteloos was en daarom vond niemand het erg dat ik af en toe even wegliep om een rondje visites te doen met de kinderarts of dus om even een middagje bij een bevalling te kijken. 

Dus die middag zat ik ineens bij een bevalling (!!). Wederom had ik de allerbeste rol; Mijn taak was namelijk op een krukje zitten en toekijken. En geloof me, er is een hoop te zien. Ik zal jullie de bloederige uitscheur-details besparen, maar die zijn er natuurlijk wel. 

Plotseling kreeg ik er een taak bij. Een kind baren is een redelijk vermoeiend proces, waarbij het kan voorkomen dat de vrouw een lichtelijk bezweet voorhoofd krijgt. Mijn taak was het nat maken van een washandje en deze aan de echtgenoot geven. Als je dan ineens een taak krijgt, dan is de druk enorm. Stel je voor dat de echtgenoot afkeurend het washandje teruggeeft omdat deze te nat/droog/koud/warm/lelijk/goor is? Dan zal iedereen verstoord opkijken en mij een vernietigende blik toewerpen. ‘Tsssss, kan niet eens een washandje klaarmaken. You only had one task.’

Dus ik keihard m’n best doen om een washandje te maken dat precies vochtig genoeg was en precies de goede temperatuur had. Toen dat gelukt was, zei de echtgenoot ineens ‘Gooi maar!’ Ik twijfelde even, aangezien ik over het bloederige geheel, waar alle artsen bezig waren, heen moest gooien. Als het washandje a la Patty Brard in Sterren Springen ergens halverwege zou crashen, dan zou ik geen vrienden maken. Maar ja, die vrouw had wel duidelijk behoeft aan de washand, te horen aan haar geschreeuw. Voor ik het wist, vloog de washand door de verloskamer. Hij suisde over de hoofden van de arts-assistent heen, keek onderweg nog even naar de Rode Zee, maar belandde uiteindelijk netjes in de handen van de echtgenoot. Ik slaakte een zucht van verlichting. Mission accomplished.

Na dit succes, hadden de echtgenoot en ik besloten, dat dit best een prima systeem was. Dus tijdens de rest van de bevalling, vloog er elk kwartier een washandje heen en weer. In het begin, keek de co-assistente wat angstig, maar al snel  was iedereen overtuigd van onze gooi- en vangvaardigheden. 

Dus als je volgend jaar op zorgstage mag, geniet van je vrijheid als ‘nutteloos geneeskundestudentje.’ Je kan niks, en dat is heerlijk. Ik raad je wel aan om je bal- (of washand-) gevoel op pijl te houden. Want als je dan ineens gevraagd wordt om washanden door de verloskamer te gooien, mag dit absoluut niet fout gaan.