Omslaan

Omslaan

25 april 2016 door Lucia
Deel deze pagina

Donderdagmiddag stap ik Gyas, mijn roeivereniging, binnen en loop ik een vriend van me tegen het lijf. Hij kijkt me net iets te lang aan en ik zie dat hij heel diep aan het nadenken is. Vraag ik het haar? Is dat te lullig? Na een ongemakkelijke stilte komt dan toch die zin ‘Hé Lucia, hoe was het nou om om te slaan?’ Het hoge woord is eruit. De opmerking had zeker wat scherper of grappiger gekund, maar hij had duidelijk zichzelf overwonnen, waarvoor hulde. Voor mij is het al de zoveelste opmerking, dus echt beledigd ben ik niet. Maar om de rest van Gyas (en mezelf) meer van dit soort ongemakkelijke stiltes te besparen, zal ik het hele verhaal vertellen.

Ter voorbereiding op onze eerst echte wedstrijd in dit boottype, waren mijn ploeggenootje en ik fanatiek aan het trainen op de dinsdagavond. We hadden al flink wat kilometers afgelegd en besloten als klapper nog een kilometer te gaan sprinten. Om eerlijk te zijn waren mijn ledematen niet zo enthousiast over dit plan, maar mijn ploeggenootje trok zich daar niks van aan. Zondag moet het ook, dus even doorbijten. De coach riep ‘GO’ en we schoten over het kanaal richting Gyas. Het water spatte in het rond, onze benen verzuurden maar we gingen als een speer. Zie je wel, het kon gewoon. Toen we nog 100 meter te gaan hadden, gooiden we het tempo omhoog en stopten we elk restje energie in die laatste paar halen.

En ineens lagen we ondersteboven. In het kanaal.

Ik had, zoals dat heet, ‘een snoekje gevangen’. Het blad van je paal (aka. riem) draait dan niet goed mee en blijft in het water steken, terwijl de boot met al z’n snelheid verder vaart. Dan is de balans weg en als je maar hard genoeg gaat en lekker uitgeput bent, wordt het lastig om op tijd te reageren. En dan lig je. Ik zou nu kunnen zeggen dat ik heldhaftig de boot weer recht trok, m’n natte haar uit m’n gezicht veegde en acrobatisch er weer in klom, maar helaas gold dit vooral voor mijn ploeggenootje en in mindere mate voor mijzelf. Het hielp ook niet echt dat mijn voet bleef haken in de schoentjes, die vast zitten in de boot en het water in april nog net geen tropische temperaturen bereikt heeft.

De boot in klimmen bleek nog lastiger dan die kilometer roeien. Eerst ging ik als een obesitas-zeehond op de punt liggen om het ding recht te houden voor m’n heldhaftige ploeggenoot, die met haar turnverleden zonder problemen en met een dubbele salto erin zwaaide. Daarna volgde het pijnlijke proces waarin ik hetzelfde resultaat probeerde te bereiken. Na mezelf minstens vijf keer erin proberen te hijsen, was het gelukt en begonnen wij aan onze row of shame richting Gyas.

Daar aangekomen bleek net die avond een schoonmaakactie te zijn georganiseerd met een mannetje of 150, waar zelfs een fotograaf bij aanwezig was om dit heugelijke initiatief vast te leggen op beeld. Die jongen had de avond van z’n leven toen hij deze twee natte hondjes aan zag komen peddelen. Een tweede bijkomstigheid van de schoonmaak was dat het warme water inmiddels op was en de douches daardoor ongeveer de temperatuur van het kanaal hadden. Maar, ze waren wel schoon. Dat moet gezegd worden.  

En ze leefden nog lang, droog en gelukkig!

 

En nu wil ik er niks meer over horen.