Überouting

Überouting

15 februari 2014 door Lucia
Deel deze pagina

Dit weekend is het zover: de Gyas-Hunze race! Er komen dan honderden roeiers uit het hele land naar het hoge noorden om hier door de stad te gaan roeien. Zaterdag is de 2.7 kilometer en zondag de 400 m, met daartussen natuurlijk een gigantisch feest. Maar, 2.7 kilometer roei je niet zomaar. Daar moet eerst op getraind worden. Dus gingen de ‘Dolletjes’, mijn ploegje, met ons geliefde stuurtje, Che, vol goede moed donderdag het water op.

Fase I: enthousiasme

‘Che, waar gaan we heen? Moeten we niet eerst omdraaien?’ ‘Nee,’ zei Che. ‘We gaan vandaag eens een keer de andere kant op.’ Nou moet je weten dat we altijd hetzelfde stuk roeien. Ik kan inmiddels elke boom, verkeersbord en elke brug zien aankomen, terwijl ik achterstevoren zit. Dus toen Che ineens besloot de andere kant op te varen, werden we allemaal laaiend enthousiast. We hadden er gewoon geen rekening mee gehouden dat dat überhaupt kon!

Fase II: verwondering

‘Jeetje, wat kijkt iedereen veel naar ons!’ De helft van de tijd lag de boot gewoon scheef omdat iemand het weer niet kon laten om even te zwaaien (wat onherroepelijk tot gevolg heeft dat je je paal – nee, dat heet geen peddel, maar paal – los moet laten). Groningen vanaf het water was een compleet nieuwe ervaring voor ons. Je kon ongestoord bij alle woonboten naar binnen kijken, we voeren langs de plek waar Sinterklaas aanlegde – en stiekem vond iedereen dat ontzettend leuk – en we konden het Groninger museum nu een keer van een veel lager oogpunt bekijken. Conclusie: het blijft een spuuglelijk gebouw.

Fase III: agressie

We gingen weer terug roeien, maar ditmaal 2.7 kilometer op volle snelheid. Pijlsnel schoten we door het water. De kades werden overspoeld door de door ons veroorzaakte golven en verschillende eenden zijn die middag onthoofd. Che schreeuwde, onze roeibenen trapten en de boot vloog vooruit. Dit was een eitje.

Fase IV: nattigheid

Halverwege begon het te stortregenen. Als ik zeg stortregenen, bedoel ik echt categorie  moesson. ‘Dames, harder roeien! Het water loopt m’n broek in!’ schreeuwde Che hysterisch. De mensen op de bruggen – met paraplu’s uiteraard – keken vol medelijden naar ons. De palen werden glibberig en we begonnen het toch echt wel zat te worden.

Fase V: flauwheid

In deze fase waren we er zo klaar mee, dat we ineens weer energie kregen voor flauwe grappen. Toen de politie met loeiende sirenes langsreed, merkte mijn ploeggenootje, Tjitske, gevat op: ‘Die komen ons zeker bekeuren omdat we zo hard gaan.’ Applaus Tjitske, applaus voor deze grap.

Fase VI: zelfmedelijden

De 2.7 kilometer zat erop, maar nu moesten we nog Gyas zien te bereiken. Het bleef maar regenen en op dit moment deden we geen moeite meer om ons zelfmedelijden te verbergen. Tjitske, begon zich te gedragen als een klein kind aan het eind van de eerste schooldag: ‘Jongens, ik wil naar huiiiiiiiiiis!’ (denk er even een pruillip bij).

Fase VII: victory!!

Druipend kwamen we de kleedkamer binnen. We waren uitgeput, doorweekt en onze handen zaten onder de blaren, maar we voelden ons fantastisch. Die avond, tijdens de ploma – ploegenmaaltijd – heeft de rest wel drie keer aan moeten horen hoe goed wij hadden geroeid. Het maakt niet eens meer uit welke plaats we zaterdag behalen, want donderdag hebben we al goud behaald met deze überouting.