Een boek en een stalen ros

gepubliceerd : 05 juni 2013

Deel deze pagina

Gyas, The Knickerbockers en GCHC, het zijn zomaar drie bekende studentensportverenigingen uit Groningen. Ze staan misschien nog wel meer bekend om hun goede feestjes, gezellige sfeer en goedkope bier (zo is een biertje bij voetbalvereniging The Knickerbockers slechts 80 cent) dan om hun sportieve aspiraties. Maar er zijn ook zeker studenten die zich onderscheiden van de rest door studie te combineren met het nastreven van sportieve doelen.

Een sport waarbij een fanatieke instelling onmisbaar lijkt is de wielrennerij. In Groningen kun je als fietsende student terecht bij de Groninger Studenten Wielervereniging Tandje Hoger, een vereniging die inmiddels 108 fanatieke fietsers telt. In 2010 was Menno Altena een van die fanatieke studenten. De Friese wielrenner in spé was destijds op zoek naar een uitdaging in combinatie met gezelligheid en vond die. “We gingen veel op stap en er werd het nodige bier genuttigd, maar fietsen was het belangrijkste.”

TH, zoals de leden de vereniging vaak noemen, is een sportvereniging voor ieder wat wils. “Het mooie is dat we een gemeenschappelijk passie hebben, namelijk wielrennen. Dat kan op elk niveau; zowel in het wedstrijdfietsen als in de toertochten zijn er verschillende niveaus denkbaar”, aldus voormalig voorzitter Tom Akkerman. Die verschillende niveaus komen twee keer per maand samen voor een borrel in Belgische café de Pintelier of voor een activiteit als bowlen. Dat er zeker ook een bourgondische kant van wielrennen bestaat bewijst toerrijder Dedmer Sipma. “Voor mij is het geen doel om wedstrijden te gaan rijden, helemaal niet als ik zie wat je ervoor moet laten. Als het pijn gaat doen, ga ik gewoon wat langzamer fietsen. Zo combineer ik sportiviteit met de gezelligheid van een biertje met mijn fietsvrienden.”

Voor Menno Altena gelden er echter andere wetten. Menno heeft vanaf het begin een doel voor ogen gehad, maar die prestatiedrang eiste ook al eens zijn tol. “Ik ging veel te wild van start als wielrenner. In het eerste jaar raakte ik overtraind omdat ik dacht elke dag te moeten trainen. Daarna heb ik rust genomen en het jaar erop was ik veel sterker”, zo kijkt hij terug op zijn eerste stappen als wielrenner. Inmiddels heeft Menno de stap gemaakt naar het hoogste amateurniveau in het wielrennen, de elite. De elite-klasse is een samenstelling van de beste amateurs en beginnende profs. Tandje Hoger voorzag niet meer in zijn behoefte, waardoor de student Bedrijfseconomie zich genoodzaakt zag het hogerop te zoeken.

Inmiddels is de Fries begonnen aan zijn Master Finance, de studie die hij nu combineert met zijn sport en niet zonder succes. “Pas in het derde jaar begon ik de gevolgen van die combinatie te ondervinden. De vakken werden pittiger en ook het wielrenner werd intensiever. Nu ik ben begonnen met mijn Master en heb ik een keuze moeten maken. Ik zet in op wat minder studiepunten waardoor ik op niveau kan blijven als wielrenner.”

“Die tijd heb ik vooral nodig om te herstellen. Ik train gemiddeld tien tot vijftien uur per week met uitschieters naar twintig uur per week in de winter. Maar vooral na een wedstrijd heb ik wel een dagje nodig om te herstellen. Al met al heb ik een studievertraging opgelopen van slechts een halfjaar”, zo besluit Menno.

Hij bewijst dat ambities op verschillende vlakken prima samen kunnen gaan en er zelfs tijd is voor een beetje gezelligheid.En als je lekker wil genieten van de omgeving, graag een goudgele pretcilinder mag drinken, maar toch ook de behoefte voelt om af en toe het stalen ros te beklimmen, ook dan biedt Tandje Hoger uitkomst.

Door Benjamin de Bruijn