Schrijfster op eigen benen: Rosa Timmer

gepubliceerd : 19 november 2012

Deel deze pagina

Schrijfster op eigen benen: Rosa Timmer

Wil jij tijdens je studie je geld verdienen met iets wat je heel graag doet? Dat kan! Er zijn talloze voorbeelden van studenten die het heft in eigen hand nemen en het al gemaakt hebben voordat ze zijn afgestudeerd. En, nog belangrijker, nog lang niet op hun einde zijn. GroningenLife! spreekt met Rosa Timmer, columnist bij Dagblad van het Noorden, schrijfster van twee boeken én student Journalistiek aan de RUG.

Jij bent inmiddels al wel een beroemdheid geworden.
(Lacht) Bij bepaalde groepen mensen ben ik bekend. Dat zijn vooral de oudere mensen uit Groningen die het Dagblad van het Noorden lezen en studenten die mij kennen van de Universiteitskrant. Maar mijn naam is bekender dan mijn hoofd.

Maar je bekendheid heeft je geen windeieren gelegd.
Nee, ik heb al heel veel leuke dingen mogen doen. Ik mocht bijvoorbeeld voor Diederik Samsom (lijsttrekker PvdA) voordragen, en voor de rector magnificus van de universiteit. En ik mocht twee keer naar het boekenbal.

Hoe kom je zover dat je op een boekenbal mag komen?
Dan moet je bij de Universiteitskrant gaan werken. Dat is echt een tip als je iets met schrijven wilt gaan doen. Ik kreeg daar een wekelijkse column. Een uitgever had die columns gezien en wilde er een boekje van maken. En met dat boek mocht ik naar het boekenbal. Dat was echt een glamourmoment. Je ziet allemaal sterren. Je wil de hele tijd hoi zeggen, want je kent iedereen van tv, maar ze kennen jou niet.

Wist je meteen dat je een column zou schrijven toen je besloot daar te gaan werken?
Ik had daarvoor twee columnwedstrijden gewonnen, verder had ik nog nooit een column geschreven. In totaal had ik er drie geschreven. Ik wist wel dat ik op die manier wilde gaan schrijven. Persoonlijk, dat mensen erover zouden gaan praten. Ik wilde schrijven over liefde, relaties, docenten die ik stom vond. Ik wil wel een mening hebben, niet dat mensen onverschillig over mijn column zouden zijn, dat ze er niks van vinden. Of ze vinden me leuk, of ze haten me.

Wat is typisch aan jouw columns?
In de zomer en de lente schrijf ik lichte columns, vrolijk en over de liefde. In de winter schrijf ik over serieuzere onderwerpen, zoals de langstudeerboete. Zodat je jezelf een beetje neerzet, dat mensen je herkennen. Een column moet een beetje scherp zijn, niet te fel. Ik vind dat iedereen er wat van moet vinden. De beste columnisten zijn degene die reacties oproepen en reuring veroorzaken.

Je schrijft veel over seks, dat valt soms niet in goede aarde.
Mensen die preuts doen over seks vind ik zo hypocriet. Voor mij hoeft niet iedereen erover te schrijven of over te praten hoor. Maar iedereen heeft het. Waarom zou ik dan niet over seks mogen praten? Ik vind het nooit te ver gaan, als je het doet mag je het ook opschrijven.Waarom moet er zo’n taboe zijn?

Voordat je begon met je master Journalistiek haalde jij je diploma voor de bachelor Taalwetenschap. Ging dat goed samen?
Achteraf denk ik dat ik de verkeerde studie heb gekozen, ik had eigenlijk Nederlands moeten gaan doen. Met deze studie word je een taaldokter, het is eigenlijk een bèta-studie. De studie Nederlands houdt zich meer bezig met het schrijven. Daarom paste taalwetenschap niet goed bij wat ik deed. Maar ik heb de studie uiteindelijk wel afgemaakt en in het laatste jaar kreeg ik er ook veel plezier in. Ik heb er daarom ook wel karakter door gekregen.

Hoe ben je bij het Dagblad van het Noorden gekomen?
De adjunct-hoofdredacteur had me een paar keer gevraagd of ik wat wilde opsturen, zodat ik in aanmerking zou komen voor een column. Dat had ik twee keer gedaan, maar beide keren zeiden ze nee, we zitten al vol. Hij vroeg het nog een keer, maar ik wist het niet zo goed, omdat ik al twee keer was afgewezen. Hij zei: ‘Kom maar even langs anders.’ Ik ben toch maar gegaan, want ik wilde het heel graag, maar ik was wel pissed off omdat ze me twee keer hadden afgewezen. Ze waren op dat moment de hele stijl aan het veranderen omdat ze overgingen op tabloidformaat. Toen kwam de adjunct-hoofdredacteur aanlopen met een glanzende A3 van de voordruk van de voorpagina. Met daarop in de hoek ‘Rosa Timmer’. Dat was echt een popstermoment. Toen kreeg ik hem. 

Waarom toen wel?
Ik had net een prijs gewonnen: de Hendrik de Vriesstipendum. Ik kreeg daardoor zesduizend euro om een boek te schrijven. Daarvan heb ik ook mijn tweede boekje geschreven. Als je een prijs hebt moet je kranten gaan mailen, want dan heb je de meeste kans dat je iets mag schrijven. Je bent dan heel erg in the picture. En als je er eenmaal zit dan moet je ook blijven zitten. 

En verdien je er ook iets mee?
Ik krijg betaald per column, en ik schrijf er één per week. Daar betaal ik mijn huur van. Met andere stukjes verdien ik mijn zakgeld. Optredens voor Diederik Samsom bijvoorbeeld. Je kunt mij boeken, dan schrijf ik een column en dan kom ik hem voorlezen. En als het speciaal over een persoon moet gaan vraag ik er iets meer voor. Nu ben ik weer wat meer aan het studeren, dus kom ik minder toe aan die optredens. Ik schrijf ook stukjes voor bladen, zoals Special Bite

Wijs je weleens klussen af?
Heel af en toe, als ik er ver voor moet reizen bijvoorbeeld. Maar niet om principiële redenen. Als ik word geboekt wil ik wel vrijheid hebben, ik moet alles kunnen schrijven wat ik wil. Als ik me vrij voel komen er meestal geen verschrikkelijke dingen uit.

Wat wil je later worden?
Ik wil altijd een column blijven schrijven over het leven, over relaties, liefde en dingen die stom zijn. En als ik afgestudeerd ben wil ik een eigen bedrijfje, voor allerlei bladen schrijven en dus een column elke week. En hopelijk een boek ooit.

Door: Yoni Pasman