Studie uitgelicht: Nanosciences

gepubliceerd : 19 maart 2014

Deel deze pagina

De uitdaging voor wetenschappers binnen de nanoscience is de fascinerende wereld van de kleine deeltjes te begrijpen en te bekijken wat voor nieuwe technologische mogelijkheden dit biedt. Om deze uitdaging aan te gaan heeft het Zernike Instituut voor Materiële Wetenschappen een multidisciplinair educatief programma ontwikkeld. Met succes: de masteropleiding is gekozen tot de beste universitaire masteropleiding, zo blijkt uit de nieuwe Keuzegids Masters 2014. In dit twee jaar durend internationale masterprogramma genaamd ‘Nanoscience’, worden gemotiveerde studenten en talenten voorbereid op een carrière als hoog aangeschreven onderzoeker in dit snel ontwikkelende veld.

Koen Evers (23) is één van deze talenten die aan het mastertraject mag deelnemen. Hij neemt ons mee in de wondere wereld van de kleine deeltjes, laboratoria en experimenten. 

Toelatingseisen
Omdat het programma slechts vijftien studenten per jaar toelaat, worden er redelijk strenge eisen aan de student gesteld. Gemiddeld de helft van de studenten komt uit Nederland en de andere helft uit andere delen van de wereld. “Je moet natuurlijk eerst je bachelor Natuurkunde, Scheikunde of iets hieraan gerelateerd afgerond hebben. Vervolgens heb ik een presentatie moeten houden over een wetenschappelijk onderwerp. Daarna volgde een gesprek waarin vragen werden gesteld over de motivatie en dergelijke”, vertelt Koen over zijn toelatingsprocedure. Omdat de master geheel in het Engels is, moet die vaardigheid natuurlijk ook goed zijn.

Het programma
Vaak duren masters één jaar, maar bij nanoscience ben je twee jaar onderweg. In de eerste vijf weken van de opleiding wordt je bijgespijkerd op het gebied van natuurkunde en scheikunde. “Wanneer je natuurkunde hebt gedaan, krijg je een stoomcursus scheikunde en andersom”, legt Koen uit. “Daarna volg je het reguliere programma, de zogenoemde ‘core moduls’. Hierin moet je echt aan de bak. Tot ’s avonds laat leren is er wel eens bij. In het tweede jaar volg je maximaal vier vakken, je doet een onderzoek en schrijft een voorstel voor een PhD onderzoek”.

Intensief
Naast dat het een erg interessante studie is op het gebied van onderzoek, is het ook een erg intensieve studie vertelt Koen: “de studie is intensiever dan de meeste andere bètastudies. De druk is hoog, want je moet de opleiding halen in de twee jaar die ervoor staan, uitlopen is geen optie. Dit is omdat het een kwaliteitsstudie is en ze de groep die gevormd is bij elkaar willen houden.” Dat het veel tijd vergt is misschien een nadeel, maar Koen ziet ook veel voordelen: “de studie heeft naast de tijdsdruk veel voordelen. Omdat je in een kleine groep zit, heb je meer persoonlijke aandacht van de docent. Ook wanneer je iets niet begrijpt kan je de stof aan elkaar uitleggen, dit werkt vaak erg goed. Doordat er zo weinig studenten aan het programma deelnemen, heb je tijdens de lessen ook veel interactie. De kleine groep heeft ook als voordeel dat je snel nieuwe vrienden maakt.”

Toekomst
De toekomst van de afgestudeerde nanoscience-studenten zal vaak in het onderzoeksgebied liggen. Koen vertelt: “je kan in een onderzoek aan de universiteit terecht komen, in een PhD traject. Ook kan je werken bij bedrijven als Shell en Philips. Je houdt je dan bezig met onderzoek doen naar chips op nanoschaal of bijvoorbeeld zonnecellen.  Ook heeft de studie toepassing op medisch gebied, waar je ook veel onderzoek kan verrichten.” Koen ziet zichzelf na zijn master een PhD project in het buitenland doen: “ik zou meer de biologische kant op willen”.

Wil je meer informatie over deze masteropleiding? Check dan de pagina van Nanoscience of de brochure van de opleiding.

Door Beppie van der Sluis