Vingeroefeningen
Het masterjaar van Communicatie- en Informatiewetenschappen bestaat voor een groot deel uit onderzoek doen. Aan de horizon ligt mijn scriptie (waar ik in februari aan ga beginnen) te schitteren, nu houd ik me bezig met enkele kleinere onderzoeken.
Ik volg 3 vakken van elk 10 punten. Het eerste gedeelte van het semester was het bij alle drie de vakken de bedoeling theorie te bestuderen (heb ik ook braaf gedaan), in het tweede gedeelte van het semester (nu dus) is het de bedoeling dat ik voor elk vak een onderzoek opzet en uitvoer. De onderwerpkeuze is vrij, de enige beperking is dat het natuurlijk wel op het vlak van de zojuist bestudeerde theorie moet liggen. Gevolg is dat ik nu drie zeer uiteenlopende onderzoeken aan het opzetten en uitvoeren ben.
Voor Language, Communication and Culture ben ik me aan het verdiepen in de Fioten, een stam in West-Afrika. De data die ik hierbij bestudeer is bijzonder, het zijn namelijk spreekwoorden die uitgebeeld zijn op deksels van kookpotten. Via die spreekwoorden uit de vrouw aan haar man eventuele onvrede over het huwelijk. Bij de Fioten zijn vrouwen het meest machtig, reden hiervoor is dat zij voor het nageslacht zorgen. Het is een zogeheten matrilineaire cultuur. In de rest van de wereld zijn vrouwen echter overwegend ondergeschikt aan mannen, en dat is in spreekwoorden te zien. Een Leidse hoogleraar heeft 25.000 spreekwoorden over vrouwen van over de hele wereld verzameld. Wij gaan onze data, van de potdeksels dus, vergelijken met haar claims over de spreekwoorden.
Voor Document Design ben ik al best ver met mijn onderzoek. Daar kijk ik naar het gebruik van metaforen. Het schijnt zo te zijn dat metaforen zeer gewaardeerd worden in advertenties, mensen vinden het leuk als ze de ‘puzzel’ oplossen, het grapje begrijpen. Als mensen infantiel benaderd worden, wanneer een boodschap er heel dicht bovenop ligt, dan voelen ze zich ondergewaardeerd en vinden ze de boodschap saai. Als de metafoor echter te moeilijk is dan ontstaat er frustratie, de advertentie wordt niet gesnapt en daardoor minder gewaardeerd. De waardering loopt via een omgekeerde U-curve. Dus. Dat schijnt allemaal zo te zijn. In mijn effectonderzoek heb ik een drietal advertenties met metaforen daarin gemanipuleerd. Nu maar eens kijken welke advertenties de proefpersonen het meest waarderen. Met dank aan mijn familie, die massaal de vragenlijst ingevuld heeft.
En dan de klapper qua onderwerpkeuze. Voor het vak Media en Discourse doe ik onderzoek naar… weblogs. Wist je dat er in maart 2005 wereldwijd ruim 8 miljoen weblogs waren? En in augustus 2008 wel 27 miljoen? Mijn onderzoek betreft een genre-onderzoek om de subgenres van Nederlandse weblogs in kaart te brengen aan de hand van een aantal aanwijsbare genrekenmerken. En verder wil ik wat dieper in Geen Stijl en het weblog van NRCnext duiken. Ze claimen namelijk allebei in hetzelfde subgenre te vallen (nieuwsweblog) maar zo op het eerste oog verschillen ze nogal… Een inhoudsanalyse dus. Maar nu moet ik me eerst eens gaan verdiepen in theorie over weblogs en genreonderzoek.
Moraal van mijn verhaal: ik volg een Masteropleiding waar je terecht kunt met een breed interessegebied. Behandelde theorie biedt handvaten voor eigen onderwerpkeuze, als ik geïnteresseerd was geweest in oud-hollandse literatuur had ik daar ook best onderzoek naar kunnen doen. En ja, het is zeer duidelijk een wetenschappelijke opleiding. Onderzoek, onderzoek en nog eens onderzoek.
Ondertussen ligt mijn masterscriptie nog altijd te schitteren aan de horizon, ik moet eerst de vingeroefeningen afronden voordat ik aan mijn meesterstuk kan beginnen.

Studeren
Wonen
Sporten
Werken
Cultuur
Uitgaan