Van pechvogel tot Wereldbekerfinalist – Het interview met Nanne Sluis

Van pechvogel tot Wereldbekerfinalist – Het interview met Nanne Sluis

Waarom ben je in Groningen gaan studeren?
“Ik wilde graag in een stad studeren die ik nog niet goed kende, ik was op zoek naar iets nieuws. Mijn broer had in Groningen gestudeerd, dus ik had ook goede verhalen gehoord over de stad en het studentenleven.”

Hoe kwam je bij Gyas terecht?
“Omdat mijn broer ook al bij Gyas had geroeid, was het voor mij makkelijk: Ik ga dus niet roeien! Maar ik hield van sport en wilde daar eigenlijk wel wat mee gaan doen, dus ik besloot toch maar een kijkje te nemen bij Gyas. Ik werd daarbij ook nog lid van de zeilvereniging Mayday. Het plan was in eerste instantie niet om actief te gaan roeien, maar nadat ik een keer ging ergometeren bleek dat ik eigenlijk best hard kon gaan... Ik had een weddenschap met een wedstrijdroeier, en ook al won ik niet van hem, ik ging wel veel harder dan menig wedstrijdroeier. Dit zorgde ervoor dat ik geïnteresseerd raakte in het roeien!”

Hoe is die liefde voor het roeien gekomen?
“Ik deed vroeger ook wel aan sport; ik heb aan vechtsport en racefietsen gedaan, maar in Groningen werd ik pas echt een fanatiek sporter. Het leuke aan roeien is dat je op latere leeftijd mee kunt beginnen en toch nog heel goed kunt worden. Tennissen of zwemmen moet je echt al van jongs af aan doen, wil je daar de top mee bereiken. Wat je nodig hebt om te kunnen roeien is een goede conditie en dat kun je natuurlijk trainen! Het is leuk om te merken dat je elk jaar beter wordt en steeds verder komt in de roeisport.”

Maar, niet iedereen wordt zomaar een toproeier. Waarom jij wel?
“Dat is waar. Ik ben voor de wereldtop fysiek niet de allersterkste, maar onder de roeiverenigingen hoor ik wel bij de top. Het is verder belangrijk om doorzettingsvermogen te hebben en vooral om het roeien heel erg leuk te vinden. Dat is uiteindelijk de belangrijkste reden dat ik zo goed ben geworden.”

Hoe ontwikkelde jij jouw roeitalent?
“Het eerste jaar dat ik lid was bij Gyas ging ik nog niet wedstrijdroeien. Ik wilde wel aan competitiewedstrijden meedoen, maar helaas brak ik mijn pols… Roeien werd dat jaar dus niets meer. In mijn tweede jaar ging ik, na die weddenschap, meedoen aan de selectie voor de eerstejaarsploeg van Gyas. Maar ook dat jaar had ik pech. Ik kreeg de ziekte van Pfeiffer, dus ik kon opnieuw niet meedoen aan wedstrijden. Alleen de allerlaatste wedstrijd van het seizoen kon ik roeien, wat me gelijk een enorme kick gaf. Die wedstrijden, dat is waar je het voor doet. De jaren daarna kon ik gelukkig gewoon wedstrijdroeien en ging het ook steeds beter.”

Wanneer kwam jouw doorbraak?
“Dat was in 2008, toen begon het echte werk! In dat jaar ging ik tweezonderen (red.: een boot met twee man, zonder stuur) met Derek Noordhuis van Aegir. We werden toen derde bij de Nederlandse Kampioenschappen. Derek mocht vervolgens naar het WK onder de 23 jaar, maar ik helaas niet omdat ik al te oud was. Ik ging daarna roeien met jongens uit Amsterdam in een tweezonder en vierzonder. Dat het tussen ons klikte, werd wel duidelijk toen we naar het StudentenWK in Belgrado mochten. Bij deze wedstrijd werden we tweede, wat een hele prestatie is als je bedenkt dat de eerste plaats voor de roeiers van het Olympisch team was…! In 2010 werd ik achtste in de tweezonder op de Wereldbeker in Luzern. Dit succes heeft me de A-status bezorgd van het NOC*NSF. Deze A-status betekent dat je bij de beste acht in de Olympische velden hoort. Je krijg dan elke maand een toelage om te kunnen blijven sporten.”

Je studeert Management, Economie en Recht aan de Hanzehogeschool Groningen. Hoe combineer jij de topsport met je studie?
“Ik steek inderdaad veel tijd in het roeien dus het is belangrijk om mijn studie goed te plannen. Gelukkig heb ik de topsportstatus bij de Hanzehogeschool Groningen en op basis daarvan kan ik bijvoorbeeld schuiven met tentamens en krijg ik meer tijd voor opdrachten. In het najaar is het wat rustiger met roeien dus dan plan ik wat meer studie dan in het zomerseizoen. Toch is het leven van een topsporter goed te combineren met studeren, omdat je heel regelmatig leeft. De discipline die je nodig hebt bij de topsport, kun je ook goed gebruiken bij je studie!”

Een regelmatig leven wordt meestal niet direct geassocieerd met een studentenleven. Kun je daar nog een beetje van genieten?
“Ik kan natuurlijk niet elke week naar een borrel of stappen tot vijf uur ’s nachts, maar als we een keer gewonnen hebben of een toernooi hebben gehad dan gaan we zeker wel feesten! Dat zijn altijd erg mooie avonden. In het begin van mijn studententijd ging ik nog wel veel uit, maar toen ik ging wedstrijdroeien werd dat toch minder. Je steekt veel tijd en energie in het roeien en daar moeten andere dingen soms voor wijken…”

Hoe ziet jouw gemiddelde dag eruit?
“Ik begin ’s ochtends om half negen met roeien en ga daarna eten. Dan studeer ik meestal een paar uur of doe andere dingen en aan het einde van de middag ga ik weer roeien. ’s Avonds doe ik meestal niet meer zoveel; soms ga ik met vrienden wat drinken of gewoon lekker op de bank hangen. Ik roei dus standaard twee keer per dag, maar soms heb ik ook wel eens een dagje vrij.”

Wat wil je nog bereiken in het roeien?
“Ik wil dit jaar het WK winnen en volgend jaar naar Londen, naar de Olympische Spelen! In september vinden op het WK de kwalificaties voor de Olympische Spelen plaats. Ik ga dus heel hard trainen de komende tijd en hopen dat ik fit genoeg ben om naar Londen te kunnen. Mijn grootste droom is natuurlijk om die gouden medaille in ontvangst te mogen nemen…”

 

Nanne werd in het weekend na het interview (23 en 24 april) derde in de tweezonder op het NK in Amsterdam. Een stap dichter bij de gouden plak!


Door: Anna Lamberts

 

Deel deze pagina