Moi hè

Moi hè

13 november 2019 door Sonja
Deel deze pagina

In de woonplaats waar ik ben opgegroeid zit er een dorpelijk randje aan eigenlijk alles. De opa’s en oma’s praten stug Gronings en als je iemand tegenkomt onderweg word je kort en bondig begroet: Moi.

In de supermarkt staat iedereen met elkaar te kletsen alsof ze lang verloren vrienden zijn, in de kroeg hetzelfde. Iedereen lijkt iedereen te kennen, weet precies wat de Groningse gebruiken zijn. Als ik wegga van huis voldoet een “moi hè” en als ik mijn broer voor het eerst in weken weer spreek is dat niet anders. Het is er een soort ongeschreven regel, een stugge gezelligheid. Recht door zee en de spijker op zijn kop.

Nu is het als student wonende in de stád Groningen een ietwat ander verhaal geworden. De “moi” is veranderd in “hoi” en we mogen allemaal best doen alsof we elkaar niet kennen. Het is anoniemer, meer privé, niet gebruikelijk om met iedereen een praatje aan te knopen. Maar er zijn in deze mooie stad wel zeker plekjes waar het Groningse plattelandsgevoel opduikelt. Achter de kassa, bijvoorbeeld. Wanneer klanten hóren dat je dezelfde roots hebt als zijzelf, en je met twinkelende ogen wordt aangekeken. Maar ook wanneer een klasgenoot aan een ander vraagt of ze “vanavond eem in de keet zull’n afspreek’n”. Het Groningse dialect is er niet zomaar één, vind ik zelf. Er zit zoveel humor in en een gevoel van thuis. Vooral hier in de stad, waar Friezen, Amsterdammers en Groningers elkaar afwisselen kom je soms grappige uitspraken tegen. Zoals bijvoorbeeld het niet-al-te-positieve “ken net”, waarop een Fries dan antwoord: “wat kan dan niet?” Juist, je voelt hem al aankomen. De Groninger heeft daarop maar één antwoord: “Ach, tammo!”

Vooral in de Lijn 10 bus kom ik soms het mooiste van het mooiste tegen. Ik stapte laatst van de trein over in de bus richting mijn studentenkamer en belandde in een vierzits met twee vrouwen die, klaarblijkelijk, net terugkwamen uit een stad elders in het land. De buschauffeur bleef de binnenstromende reizigers steevast begroeten met een knik en een moi, en de vrouwen tegenover mij keken elkaar aan. Lichtjes in de ogen. “Fijn hè,” begint er één, “dat ze hier allemaal gewoon moi zeggen.” Mijn hart maakte een sprongetje.