MBO VERSUS HBO: EEN WERELD VAN VERSCHIL

Auteur
Yente
·
Datum
17 mei 2023
·
Leestijd
5 minuten

Dat Groningen een echte studentenstad is, kan niet worden ontkend. Dagelijks zijn er duizenden jonge mensen in het centrum van de stad of op Zernike te vinden. Hier zijn natuurlijk de Rijksuniversiteit Groningen en de Hanzehogeschool Groningen gevestigd, maar door de hele stad kunnen ook veel mbo-opleidingen worden gevolgd. Toch wordt er vaak onderscheid gemaakt tussen mbo en het hoger of wetenschappelijk onderwijs, maar waarom is dat? En is dit terecht? Studente Marije Pronk (20) kan hierover meepraten, want voordat ze aan haar studie Communicatie aan de Hanzehogeschool begon, volgde ze Mediavormgeving op het mbo. Hoe zij de verschillen in het onderwijs ervaart, deelt ze met ons in dit interview.

Mbo vs Hbo: een wereld van verschil

Mbo staat bekend om de praktijkgerichte leermethode, iets wat Marije kan bevestigen. “Theorie is iets wat ik bij het mbo niet had, dat is echt heel praktijkgericht. Een opdrachtgever wil bijvoorbeeld een logo en dan moet je maar een logo gaan maken”. Dat was dan ook waarom ze besloot om verder te studeren op het hbo. Ze hoopte daar op meer theorie die zou voortborduren op wat ze allemaal al had geleerd. Met een grote glimlach bevestigt ze dat ze dit inderdaad heeft gevonden en nog altijd blij is met haar keus. Echter behandelt het hbo niet alleen de theoretische aspecten, want de 20-jarige studente benoemt dat er ook nu opdrachtgevers zijn die haar aan het werk zetten.

De werkwijze is wel anders dan wat ze gewend was van haar vorige opleiding. Waar je op het mbo namelijk bijna altijd zelfstandig te werk gaat, werk je bij een hbo-opleiding voornamelijk samen met anderen. “In het eerste jaar van hbo was één blok zelfstandig, de rest was allemaal in projectgroepen. Op het mbo was alles zelfstandig”. Op de vraag welke manier van werken haar voorkeur heeft, zegt ze dat haar mening hierover veranderd is: “ik vond altijd zelfstandig heel fijn, maar ik merk toch ook wel dat je met samenwerken tot bredere ideeën komt, want als je iets in je eentje doet blijf je echt binnen je eigen gedachten”. Op deze manier levert het hoger onderwijs volgens de communicatiestudente dus ook nieuwe inzichten en perspectieven op, die bijdragen aan je persoonlijke ontwikkeling. 

Nog een opvallend verschil zijn tentamens, die had Marije op het mbo namelijk niet. Het eerste tentamen bij de Hanze was dus ook wel even schakelen, want hoe moet je zoiets ook alweer voorbereiden? “Mijn laatste toets was op de mavo, dus dat is echt alweer een hele tijd geleden”, aldus Marije. Gelukkig heeft ze veel gehad aan de tips van vriendinnen, medestudenten en haar ouders en heeft ze haar eerste tentamen meteen kunnen halen. Of een tentamen nou een goede manier van toetsen is, ligt volgens haar aan wat het beste bij iemand past: “als je niet houdt van leren, dan ga je waarschijnlijk sowieso iets meer in de praktijk doen denk ik en minder snel hbo”. 

Wat de tweedejaarsstudent ook niet had op het mbo was een studievereniging, een toch wel cruciaal onderdeel van het studentenleven. Het antwoord op de vraag of een studentenleven onder mbo-studenten bestaat was dan ook simpel: “nee, eigenlijk niet”. En of ze zich echt student voelde? “Nee, ook niet echt”. Dit zou natuurlijk ook te maken kunnen hebben met de leeftijd. Jongeren die na de middelbare school meteen beginnen met een mbo-opleiding zijn vaak zestien of zeventien jaar oud. Uitgaan is voor je achttiende nog geen optie, en verhuizen naar een andere stad is op die leeftijd, mede dankzij financiële mogelijkheden, ook minder waarschijnlijk. Marije denkt dat het ook makkelijker is om thuis te blijven wonen, omdat mbo-opleidingen niet alleen maar te vinden zijn in grotere steden, zoals bij het hoger of wetenschappelijk onderwijs. 

Hoewel mbo-ers sinds studiejaar 2020-2021 officieel studenten worden genoemd, blijkt dus in de praktijk dat ze toch veraf staan van het studentenleven zoals hbo’ers en wo’ers dat kennen. Door de leeftijd en de bijbehorende financiële middelen is dat lastig te veranderen, maar misschien kunnen mbo-opleidingen zelf meer activiteiten organiseren, stelt Marije voor. “Maar”, voegt ze eraan toe, “dat ligt ook aan het budget en verschilt ook per opleiding”. Een lastige kwestie dus. Nu ze in Groningen woont, vindt ze het zeker leuk om het studentenleven wat meer mee te krijgen, wat goed lukt dankzij haar commissie bij studievereniging KIC en haar vriendinnen in de stad. Toch was dit niet de reden waarom ze voor een hbo-opleiding in Groningen koos. “Mijn mbo-opleiding was eigenlijk niet heel goed. Toen had ik zoiets van: nu wil ik wel echt een goede, kwalitatieve studie, en die in Groningen was gewoon het hoogst aangeschreven”. 

Doorstuderen is na het afronden van een opleiding altijd mogelijk, maar misschien niet voor iedereen weggelegd. De communicatiestudente denkt dat het een goede optie is als je meer theorie wil ervaren, maar dat je beter kunt focussen op mbo als dit niet het geval is. “Als je later toch spijt krijgt van je keus om niet verder te studeren, kan je uiteindelijk altijd bijscholen als je toch breder georiënteerd wil zijn en daardoor meer werkmogelijkheden wil krijgen", aldus Marije. Over de vraag of ze na hbo nog verder wil studeren aan de universiteit denkt ze nog even na. Wetenschappelijk onderwijs is veel gericht op onderzoek en daardoor ook wel weer anders. Voor nu maakt ze daarom lekker haar hbo af: “Ik vind hbo gewoon heel leuk, en ik vind het praktijkgedeelte naast de theorie ook nog wel heel leuk. En op de uni heb je dat eigenlijk niet echt”. Toch is ze wel benieuwd of ze er nog meer uit kan halen, dus wie weet wat de toekomst voor haar in petto heeft. 

Deel deze pagina